Van harte welkom

Van harte welkom op mijn gedichtenblog.
U mag de gedichten ongewijzigd gebruiken met vermelding van mijn naam.
Voor het verzorgen van een lezing met voordrachten of een workshop kunt u contact opnemen via cobytjeert@live.nl
Er is ook een volledig programma voor Kerst en Pasen met eigen geschreven gedichten en een verhaal.
Mijn boeken zijn verkrijgbaar via mijn mailadres en te leen in de bibliotheek.
Er is ook nog een interview te beluisteren van enkele jaren geleden. https://soundcloud.com/user-671424345/interview-coby-poelman-duisterwinkel-10-07-2017
Posts tonen met het label Herinnering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Herinnering. Alle posts tonen

vrijdag 3 oktober 2025

Antwoord 64

 


Heur pa en moe vierden een jubileum,

Ze wait nog hou ze veur de kapstok ston,

er mos toch ain wezen die even op kon treden,

doar ien de gaang bedoacht ze wat ze kon.


Veurdat heur ain of aander kon betrappen

haar ze de houd al van de plaank oaf wipt,

ien pabbes overjas laip ze met grode stappen,

doacht; wat ken t schelen dat dizze jas wat tipt.


Ze mossen om heur lachen, ze wer bekeken,

toen ze op stoul zat werden ze aalmoal stil,

nou mos ze toch ien actie, ze mos spreken,

ze doacht aan ain van kerk, wat of dai wil.


Ze hufde mor ain zinnetje te zeggen

zoas die man van kerk dee met zien houd,

ze dee hom noa zunder wat uut te leggen

en kreeg applaus, het ging dus goud.


Op loatere verjoardoagen en gelegenheden

wer heur toneelstukje nog voak es noa verteld,

heur touheurders waren bliekboar al tevreden

met; “Ik ben Smit en kom om kerkegeld.“


Coby Poelman-Duisterwinkel


Toelichting : 

Antwoord ’64 was een landelijke actie van negen protestantse kerkgenootschappen om geld bij elkaar te brengen voor de bouw van 396 nieuwe godshuizen, jeugdcentra en wijkgebouwen.




vrijdag 26 februari 2021

Ha die opa!

 



zo kende ik u niet,
wat dacht u, laat mij ook eens
in die mooie wagen
waar mijn schoonzoon
op een dag zomaar
mee op kwam dagen?
Wat een slee zeg,
nee, dat was u niet gewend,
ik heb u enkel met een fiets
of fietskar nog gekend.
Ik vind u zo geweldig chique,
met uw zondagse hoed,
wat zult u trots geweest zijn,
het staat u supergoed.
Zo wil ik ook wel op de kiek,
o u bent echt fotogeniek,
oom Henk heeft vast genoten,
zijn schoonvader achter het stuur,
voor al die dorpsgenoten
een onvergetelijk uur.
Wat wenste ik u graag
een hele goede reis
al kwam u vast niet ver
zonder een rijbewijs.

Coby Poelman-Duisterwinkel

zaterdag 25 april 2020

Boer gemist

Voortdurend
klinkt zijn stemmetje:
Zijn we er al bijna?
Ongeduriger zijn vraag;
Zijn we er nu nog niet?

Eindelijk ter plekke,
de tenten opgezet,
hoor zijn luchtbed kraken,
wanneer gaan we nu naar huis,
de boer gaat pakjes maken….

Coby Poelman-Duisterwinkel

dinsdag 10 september 2019

In Zijn Koningsmantel

Ontmanteld was hij
na zijn CVA,
een warme mantel
werd hem omgeslagen,
zij gaf hem al haar liefde,
voelde zich gedragen
door wat ze op hun trouwdag
aan Hem had beloofd.
Hij zou haar bijstaan wist ze,
al hun levensdagen,
ze hield niet op
Hem in hun nood te vragen.

De mantel kleurde door de
trouwtekstwoorden
en werd zijn schuilplaats
waar hij in vernachtte.

Omdat ze ‘t samen één
alleen van Hem verwachtten
lag als hun Psalm
Zijn mantel om hen heen.

Coby Poelman-Duisterwinkel



In memoriam aan mijn schoonouders. Hun trouwtekst was Psalm 91

zaterdag 3 augustus 2019

Opa

“Wolst ook n ijsco hebben?”
Zien ogen smelten,
hand griept noar de buus,
beurs gaait al open.
Hai het mie denk ik
’t woater ien de mond
zien lopen
en moakt n grapke
met de ijscoman.
Glunder komt er der
met twai hoorns aan.

Wie slikken.
“Lekker he?”
wie knikken.
Verfroemelde buusdoek
hangt haalf uut zien jas,
komt straks van pas.

Ik was mor n ogenblik
met hom allain
mor k zal zien
smeltende ogen
veur d ijscokar
nog voak es
veur mie zain.

Coby Poelman-Duisterwinkel

vrijdag 11 januari 2019

Het rode fietsje

Op de zolder van de werkplaats
zou een mooi rood fietsje zijn,
maar in die wiebelige ladder
er naar toe zat een venijn,
poeder stroomde uit de gaatjes
als ‘k een poging ondernam
om toch stiekem te gaan kijken,
krakend hout waar ik ook kwam.


Pa had het me ook verboden
om die ladder op te gaan
maar dat mooie rode fietsje
moedigde me toch wel aan.
Ik had alle moed verzameld,
heel voorzichtig keek ik rond
of ik soms vanaf de treden
ergens een rood fietsje vond.

Eén keer kroop ik op mijn knieën
langs de planken door het gruis
maar het kraakte onheilspellend
en er viel een stenen buis.
Snel zocht ik de enge ladder,
voelde al de eerste tree,
keek of pa mij al gezocht had
maar dat viel gelukkig mee.

Ik wil toch eens aan ze vragen
of dat fietsje echt bestond,
bij ontruiming van de werkplaats,
niemand die een fietsje vond….

Coby Poelman - Duisterwinkel

zondag 11 november 2018

Mien suntmetinus



“Woar is mien suntmetinus moeke.”
“Op t klaine zollertje, vot om t houkje achter de holten kovver.
Denk om de leste tree, traproeden goan aal lös. Pa mot er neudeg es noar kieken.”
Ik ben al boven. Deur van zoller kroakt.
Der schient n miezereg stroaltje zunlicht deur t roamke aan Wegters kaant.
Keulse potten stoan op n rieg noast n blomtoaveltje met kringen ien t blad.
Au, as k mien suntmetinus pakken wil steut ik mien kop. Weer nait om balken docht.
k Heb hom.
Met suntmetinus ien haand stroekel ik over de leste tree, veur mie nou de eerste, met de lösse traproede. Doar kleddert hai al noar beneden. Ik ken mie nog net vastgriepen aan leuning.
Moeke staait al onder aan trap. “Wat heb ik nou zegd. Gelukkeg is t goud oflopen.”
“Zitten der gain deuken ien mien suntmetinus?”
t Is goud goan. Reinder het hom moakt van n old blik. Hai het er gatjes ien sloagen met n hoamer en n spieker. As keerske aan is schient ien t duuster n meulen en n kerk.
Der zit onderien t blik n stuk holt met n rondje der uutzoagd, doar ken t keerske ien.
Aan n iezerdroadje ken je hom vasthollen mor den krieg je wel verbraande handen.
Wie deden der den n stokje omhen. Zo kon je der met lopen as t 11 november was.
Twai doagen loater waren oma en mien zuster joareg.
Om dizze tied van t joar waren wie aaltied misselek van alle lekkers wat wie oplopen haren.
Doar kwamen den ook nog gebakjes overhen.

Suntmetinus staait nou bie mien schoonzus ien koamer veur de pronk.
As k hom stoan zai komt mien kiendertied weer boven.
k Huf der nait ains trap veur op.

Coby Poelman - Duisterwinkel


vrijdag 5 oktober 2018

Spaanse griep

Ze was nog maar een peuter
toen eerst haar vader,
tien dagen later
moeder stierf.

Haar broertje,
een flinke kleuter,
begreep het ook nog niet.
Opeens was oma moeder,
altijd in het zwart,
zwijgen was gewoon.

De zware fotodoos,
keer op keer geopend,
spreekt droefheid,
tekent tijd.
In hun gezichtjes
mist het kind.

Boven verledenfoto’s
ontdekt haar dochter
steeds meer gelijkenis,
herleeft in haar
de jong gestorven moeder.

Coby Poelman - Duisterwinkel

donderdag 2 augustus 2018

De breimachine

Samen kochten ze een breier,
wisselden die om de maand,
truien, sokken, soms een vest
rolden uit het naaldenbed.
Van links naar rechts
roetsjte de slee,
de maand vloog om,
geen pand bleef stranden.
Leeg kwam het de ander toe,
per auto of bij vlagen
te voet met wandelwagen
tot een tweede werd gekocht.

Nu liggen in hun kasten
de breiers werkeloos te wachten.

Coby Poelman - Duisterwinkel


Gepubliceerd in de bundel "De voordracht" (2013)

zondag 29 juli 2018

Pastorieherinnering

Al smerend zie ik weer
hoe de oude vrouw
mij het behangen leerde,
geweekte banen
wachtten op haar komst.
Voorzichtig manoeuvrerend
op de stalen treden
drukte ze de bovenkant
tegen het plafond.
Haar zelf genaaide rok
klokte tot ver onder haar knie,
Ik hoor haar stem nog schallen
door de holle pastorie.

Mijn handen strijken rand op rand,
de banen hechten aan de wand,
voldoening stijgt,
het schallen zwijgt.

Toen werd een welkom voorbereid,
ik denk opeens aan Vader
die ons woningen bereidt.

Coby Poelman - Duisterwinkel

maandag 23 juli 2018

Ons dorp twinkelt!

Het dorp is anders sinds die dag
dat ik het door zijn oogjes zag,
kijk oma en hup, weg was hij,
vanaf de glijbaan riep hij mij.

Ik fiets mijn krantenwijk
met een vernieuwde kijk,
hier speelde hij met zand,
daar trok hij aan mijn hand,

ons dorp is door hem ingekleurd,
ik voel me door hem opgefleurd,
wanneer ik nu het dorp door rijd
beleef ik zijn aanwezigheid!

Coby Poelman - Duisterwinkel


donderdag 21 juni 2018

De langste dag

Bij haar geboortedatum siert
een sterretje de steen,
daar waar een kruisje is gekerfd,
die datum ging ze heen.

Hoe zal het zijn geweest
op haar geboortedag,
ik stel me zomaar voor
hoe ze in moeders armen lag,
haar vader daarbij naar haar keek
speurend op wie hun dochter leek.

De datum van
haar gang naar Huis
gekerfd achter het
kleine kruis
bericht de aanvang
van de zomer.

Vandaag draag ik
dezelfde jurk
bedenk ik
als ik even hurk,
het was toen 30 graden,
kom, denk ik
vastberaden.

Vier jaar na dato,
de dag van het kruis
begeef ik me weer
op weg naar huis,
dichtend over
de Grote Zomer.

Coby Poelman - Duisterwinkel

Geschreven op 21 juni 2009

donderdag 19 april 2018

Het taske


Het taske aan de kapstok
dat ik veur n bruloft kocht,
ain met gekleurde spaigeltjes
het mie herinnerns brocht.
Mien klainzeuntje van anderhaalf
laip der as n paauw mit rond.
Hai oogste n hailebaarg bekieks
op n duur zat er op grond.
Zoas er met zien vingertjes
de spaigeltjes bekneep,
het taske om zien aarmke
langs bruloftsgasten zweek,
en op zien hurkjes tussen t publiek
aan ain stuk deur het dicht en open dee,
ik zai weer hou der bie mie kwaam,
knoestje open ien t schemerlicht,
doar schenen boven halve spaigeltjes
zien vroagoogjes mie ien t gezicht.

Wat haren wie een plezaaier,
mien klainzeuntje en ik
met n taske van de kringloop
wat waren wie ien ons schik.

Coby Poelman - Duisterwinkel

vrijdag 6 april 2018

Mijn vader

Al zo vaak schreef ik over moeder
maar eigenlijk nooit over hem
terwijl ik zoveel met hem optrok
nog hoor ik soms zijn tweede stem.

Als ik in bed lag bespeelde hij het orgel
ik luisterde stil naar het oefenspel,
de psalmen en gezangen die hij speelde
lukten zonder oefenen ook wel.

Soms denk ik aan hem als ik zaagsel ruik
dan zie ik hoe hij in de werkplaats werkte
wat hij daar maakte vond ik puik
al denk ik dat hij daarvan niet veel merkte.

Als hij het orgel in de kerk bespeelde
mocht ik wel eens bij hem spelen met mijn pop,
ik weet nog dat hij pepermunten deelde
en die van mij was altijd heel snel op.

Ook ging hij wel eens met me schaatsen
zo met de armen overkruist
ik zag de ijzers in het ijs weerkaatsen
we bleven dan heel lang van huis.

We gingen zelfs een keer naar ‘t vuurwerk kijken
maar daarvoor was ik vreselijk bang
en toen ik dat aan hem liet blijken
verliet ik op zijn schouders het gedrang.

Ik was pas negentien toen hij al heenging
hij haalde net de zestig, ’t was zo onverwacht
pas nu ik ’t schrijf komt de herinnering
weer aan zijn liefde en dat geeft me kracht.

De liefde voor muziek die hij me meegaf
die nog na zoveel jaren mij behaagt
troost mij zoals de Herder met zijn staf,
dan voelt het even weer of zijn muziek mij draagt.


zondag 4 februari 2018

De kniekousjes van moeder

Op de vergeelde jeugdfoto
droeg ik de kniekousjes
die moeder breide
in een patroon met kabelrand,
de boordjes noemde ze
steevast een muizentand,
ik zie hoe na de laatste steek
de vrijgekomen naald
onder haar oksel klemde,
haar warme lippen telden.

Ontelbaar is het aantal
dat van haar pennen rolde,
de bossen garen die ze kocht,
het hele nageslacht droeg
pennenvruchten in de kleur
die mamma’s hadden uitgezocht.

Geen kousje zat zo lekker
als die oma had gebreid,
de foto in mijn handen
brengt moeder terug in tijd.

Coby Poelman - Duisterwinkel

zaterdag 10 juni 2017

Slag met een kaatje

Ze was pas twee
toen ze al wist
dat geel met wit
in een glas op pootje
te maken had
met feest en cadeautje.

Op een eivormig blaadje
stond haar eigen kaatje,
slag met een vlaatje.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Gepubliceerd in de bundel "De voordracht"

vrijdag 23 september 2016

Opzichtige eend



Eerst was ik gewoon een eend
zoals zovele in die tijd
maar op een dag was er een man
die mij wat krapjes vond,
hij maakte mij wat groter,
ik werd iets minder rond,
hij reed met mij door heel het land,
en velen keken op,
een eend als ik was heel uniek,
het land stond op zijn kop,
het klinkt misschien een beetje raar
maar wie doet uit de doeken
waarom bleef ik onopgemerkt
in wereldrecordboeken?

Coby Poelman-Duisterwinkel

Uit: "Velden vol melodieën" (2016)


De vader van mijn vriendinnetje had gouden handen.
Als het gezin groter werd maakte hij de auto langer.

woensdag 3 augustus 2016

Opgeheven geheim

Ik kan het nu wel zeggen
zei ze zacht,
hoe op een dag
ze boven wilde kijken
maar van de kinderen
mocht ze niet op de trap,
‘k ben heel voorzichtig
achter haar aan geklommen,
ze was de koningin te rijk,
zo blij nog even
weg te kunnen dromen
in haar vroegere koninkrijk.

Maar de weg terug,
een uur waren we bezig,
toen ik bezweet bedacht wat nu
werd me iets ingegeven,
we gingen op de knieën,
tree voor tree.

Het was zo’n lieve vrouw,
ik gunde het haar zo
die ene wens
te gaan vervullen,
het is gelukt,
ik kan ‘t je nu
in alle openheid onthullen.

Ontroerd ontmoette ik
haar blik,
zij bracht wie ik zo miste
hier beeldend in herinnering,
zo liefdevol, als een vriendin,
ik zag in haar
die donkere ogen lichten.

Coby Poelman-Duisterwinkel


dinsdag 21 juni 2016

De langste dag

Bij haar geboortedatum siert
een sterretje de steen,
daar waar een kruisje is gekerfd,
die datum ging ze heen.

Hoe zal het zijn geweest
op haar geboortedag,
ik stel me zomaar voor
hoe ze in moeders armen lag,
haar vader daarbij naar haar keek
speurend op wie hun dochter leek.

De datum van
haar gang naar Huis
gekerfd achter het
kleine kruis
bericht de aanvang
van de zomer.

Vandaag draag ik
dezelfde jurk
bedenk ik
als ik even hurk,
het was toen 30 graden,
kom, denk ik
vastberaden.

Vier jaar na dato,
de dag van het kruis
begeef ik me weer
op weg naar huis,
dichtend over
de Grote Zomer.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Geschreven op 21 juni 2009

woensdag 18 mei 2016

De kniekousjes van moeder


Op de vergeelde jeugdfoto
droeg ik de kniekousjes
die moeder breide
in een patroon met kabelrand,
de boordjes noemde ze
steevast een muizentand,
ik zie hoe na de laatste steek
de vrijgekomen naald
onder haar oksel klemde,
haar warme lippen telden.

Ontelbaar is het aantal
dat van haar pennen rolde,
de bossen garen die ze kocht,
het hele nageslacht droeg
pennenvruchten in de kleur
die mamma’s hadden uitgezocht.
Geen kousje zat zo lekker
als die oma had gebreid,
de foto in mijn handen
brengt moeder terug in tijd.

Coby Poelman - Duisterwinkel