Van harte welkom

Van harte welkom op mijn gedichtenblog.
U mag de gedichten ongewijzigd gebruiken met vermelding van mijn naam.
Voor het verzorgen van een lezing met voordrachten of een workshop kunt u contact opnemen via cobytjeert@live.nl
Er is ook een volledig programma voor Kerst en Pasen.
Mijn boeken zijn verkrijgbaar bij de boekhandel en bol.com en te leen in de bibliotheek.
Voordrachten zijn te beluisteren op https://www.luistergedichten.nl/index.php/component/comprofiler/userprofile/905-poelman Ook is er een interview te beluisteren, https://soundcloud.com/user-671424345/interview-coby-poelman-duisterwinkel-10-07-2017

donderdag 29 december 2011

De keerzijde

Zelfs aan de kleurenfoto’s
die hij neemt van mensen
is herhaaldelijk te zien
dat hij hun minder mooie kant belicht.
Zo mist hij keer op keer het mooiste.

Maar kijk
hoe hij vandaag
de negatieven
in de haard verbrandt.
Op zijn gezicht
ontwikkelt zich
een zachte glans van Licht!

Terwijl ik kleur zie ik opeens
zijn allermooiste kant.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

dinsdag 27 december 2011

t Gehaim van old en nij


Marius van Dokkum ©2005 Art Revisited, Tolbert

Wat t rolletje verhult
op nijjoarsdag
onthult t kniepertje
ten overstoan van
waarme euliebollen.

n Loag van snijwit poeier
bedekt wat west is

vannacht begunt
ons nije levenstied!

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Marius van Dokkum

zondag 25 december 2011

Het onopvallend vruchtje


Stille Landman, zie mij wachten
in ‘t verborgen duister,
ik draag een heel klein vruchtje maar.
Wanneer U langskomt zult U denken
dat vruchtje is nog lang niet klaar,
ik leef hier in het donker,
durf me niet laten zien,
nooit kom ik in het volle licht
komt U een keer bij mij misschien?

Ik ben zo bang voor al die ruwe mensen
die plukken in het wilde weg
en met hun ladders langs mij schuren
geen blik mij waardig keurend
vernielen ze de heg.

Ik wil zo graag meer vruchten dragen
maar er komt geen landman langs
die naar mijn bladerdak komt kijken,
ik heb geen schijn van kans.
Ze lopen allen mij voorbij,
begerig zijn hun ogen
gericht op vruchten in het licht,
naar mij wordt niet gebogen.

O goede Landman
bent U daar
U hebt mij niet gemeden,
wat voelt dat fijn, ik zie uw hand,
hebt U zich niet gesneden?

Stille Landman hoorde U mij?
Ik heb voor ‘t eerst gebeden!

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Anneke Hoes, de boomgaard van de Allersmaborg in Ezinge (zie www.annakunst.nl)

vrijdag 23 december 2011

Moekes handschoenen

Met moekes handschoenen aan
vuil ik nog even weer
de waarmte van heur handen
en is het net of
t nait zo kold meer is

met moekes handschoenen aan
zit ik op fiets en denk aan heur
hou wies ze met ons was
ik zug heur weer veur ogen
zoas ze der met liep
noar kerk en vrouwenbond
of as ze ston te wachten
op bus noar stad

Ik wrief met ledervet
mien moekes handschoenen ien
en t is of k heur de handen
noa t worrelschrappen
met atrix wrieven zug
nog vuil k ze roeg van t waark
over mien wangen strieken,
och moeke, heb ik bie joen leven
wat k veur joe vuilde
wel genog loaten blieken?

Coby Poelman-Duisterwinkel

dinsdag 20 december 2011

Begenadigd

Zie je Ruth lopen
met op haar rug
een zak vol gelezen aren,
zie je haar ogen
waarin de glans
van wat ze heeft ervaren?

Zie je Maria
die na het bezoek
van de engel begint te zingen,
zie je haar bewogen
hart, overmand door
zegeningen?

Twee begenadigde vrouwen,
vol geloofsvertrouwen
in Ruth een ontluikende liefde
voor haar gevonden losser,
in Maria het groeiende kind,
de komende Verlosser.

Zie ik mezelf
in het licht van de nacht
waarin ik vergeving vroeg?
Mijn Verlosser ziet mij,
Hij heeft het volbracht.
Zijn genade is mij genoeg.

In mijn ogen verschijnt
de glans van Ruth,
met Maria begin ik te zingen,
doordat mijn Verlosser leeft
voel ik mijn hart opspringen.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Dit gedicht is te beluisteren op www.audiogedichten.nl

vrijdag 16 december 2011

Adventsverlangen


t Stalletje is uutstald,
de ster hangt te stroalen.
Gedachten goan noar Bethlehem
zunder af te dwoalen.
Gain kerstman of draank
zol ons verlaiden.
Staark is t verlangen,
onbevangen
noar onze Redder
dai komt om te bevraiden!

Coby Poelman-Duisterwinkel


Adventsverlangen

Het stalletje is uitgestald,
de ster hangt te stralen.
Gedachten gaan naar Bethlehem
zonder af te dwalen.
Kerstman noch drank
zal ons verleiden.
Sterk is het verlangen,
onbevangen
naar onze Redder
die komt om te bevrijden!

Coby Poelman-Duisterwinkel

donderdag 15 december 2011

Alles goud met moeke en Kiend?

Aargens ien n koamer
stait n berre op klössen.
n vrouw bevaalt.
Als pien nait meer
te holden liekt
klinkt het verlössend
schriwwen.

Aargens ien Bethlehem
laip n bevallende vrouw.
n koamer was der nait,
loat stoan n berre op klössen.
Heur pien werd
hardvochtig meden.

Heur Kiend het loater
pienlijk veul leden
terwail er kwam
om te verlössen.

Coby Poelman-Duisterwinkel



Alles goed met moeder en Kind?

Ergens in een kamer
staat een bed op klossen.
Een vrouw bevalt.
Als pijn niet meer
te houden lijkt
klinkt het verlossend
schreeuwen.

Ergens in Bethlehem
liep een bevallende vrouw.
Een kamer was er niet,
laat staan een bed op klossen.
Haar pijn werd
hardvochtig gemeden.

Haar Kind heeft later
pijnlijk veel geleden
terwijl Hij kwam
om te verlossen.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Adventskedo


Ien kaarstboom hangt n ster,
waarkje van kleuterschaul.
Langs deurschienend oranje
omlient fienprikt zwaart
de draihouken,
zes groten en zes klainen

ien golden letters
stait ien t hartje schreven
de metgeven boodschop
Ere zij God!

Ien mien herinneren
zug ik t lutje wichtje,
heur oogjes stroalen
al van ver,
joar in joar uut
schient op t zaacht oranje
n hemels licht over
d allerlaifste ster.

Coby Poelman-Duisterwinkel

t Lutje wichtje is ien de adventstied geboren.




Adventsgeschenk

In de kerstboom hangt een ster,
werkje van de kleuterschool.
Langs het doorschijnende oranje
omlijnt het fijn geprikte zwart
de driehoeken,
zes grote en zes kleine

in gouden letters
staat in ’t hart geschreven
de meegegeven boodschap
Ere zij God!

In mijn herinnering zie ik
het kleine meisje,
haar oogjes stralen
al van ver,
jaar in jaar uit
schijnt op het zacht oranje
een hemels licht over
de mooi gevormde ster.

Coby Poelman-Duisterwinkel

woensdag 14 december 2011

Is t al licht?




t licht dat schittert ien ogen
van elk dai van laifde braand
veur Christus en Hom wil verhogen,

t licht dat schient in bliede mensen
dai verlangend noar Zien komst
heur vreugdevuur verspraiden,

t licht gericht op t Koningskiend
dat t kwoad overwon,
en duusternis verblindt,

dit licht zel met kaarstdoagen branden
en stroalen as n waarm vuur
ien wel aan Hom heur hart verpanden.

Leeft er nog ain ien duusternis?
Geef den as de herders deur
wat die aan weerglans geven is.

Coby Poelman-Duisterwinkel




Is het al licht?

Het licht dat schittert in de ogen
van ieder die van liefde brandt
als over Christus wordt gesproken,

het licht dat schijnt in alle blijden
die verlangend naar Zijn komst
hun vreugdevuur verspreiden,

het licht gericht op ‘t Koningskind
dat het kwade overwon,
en de duisternis verblindt,

dit licht zal op het kerstfeest branden
en stralen als een warmend vuur
in die aan Hem hun hart verpanden.

Leeft iemand nog in duisternis?
Geef dan als die herders door
wat jou aan glans gegeven is.

Coby Poelman-Duisterwinkel.



Het kunstwerk is van Jentsje Popma

dinsdag 13 december 2011

Kom mor ien t Licht


As er gain plak is
veur t Licht
dat zich verploatst
ien mensen
donkert het duuster
verder dicht.

Omdat Hai
louter Laifde is
is er as Kiend
op wereld kommen
zodat er
ploatsvervangend
de mens
aan ’t licht
loat kommen
deur ’t daipste
van de duusternis

opdat t veur altied
Poasen is.

Coby Poelman-Duisterwinkel





Kom tot Zijn schijnsel

Als er geen plaats is
voor het Licht
dat zich verplaatst
in mensen
donkert het duister
verder dicht.

Omdat Hij
louter Liefde is
is Hij als Kind
gekomen
zodat Hij
plaatsvervangend
de mens
aan ’t licht
doet komen
door ’t diepste
van de duisternis

opdat het eeuwig
Paasfeest is.

Coby Poelman-Duisterwinkel



Het kunstwerk is van Wilna de Grooth

Kerstavond


Stil eens,
de kerkdeur opent nodigend
zo ook het Woord van God,
Vrede zij u
spreekt Hij.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Harry Meerveld

zaterdag 10 december 2011

Zingen bie t harmonium



Marius van Dokkum ©2005 Art Revisited, Tolbert

Dag ien dag uut
zag ze hom zitten
achter n smirreg roam
onoafschaidlek van zien leptop.
Wat opviel was de zundag,
den zag ze hom stoan,
dai bundel ien zien handen…
n plan kwam ien heur op.

Veur t schoonwreven roam
mengt zich n bevereg stemgeluud
met n kroakerege soproan.
Opburgen is de leptop.

Wel nou deur de stroat kommen zol
treft hier n stroalend duo.
Vol vrede klinkt heur “Eer zij God!”

Coby Poelman-Duisterwinkel



Zingen bij het harmonium

Dag in dag uit
zag ze hem zitten
achter het vervuilde raam
onafscheidelijk van zijn laptop.
Wat opviel was de zondag,
dan zag ze hem staan,
die bundel in zijn handen…
een plan kwam in haar op.

Voor het schoongewreven raam
mengt zich een bevend stemgeluid
met een wat krakende sopraan.
Opgeborgen is de laptop.

Wie nu door de straat zou gaan
treft hier een stralend duo.
Vol vrede klinkt hun “Eer zij God!”

Coby Poelman-Duisterwinkel



Het kunstwerk is van Marius van Dokkum.

donderdag 1 december 2011

Kerstverhaal 2011 "Kerstfeest op het Groninger platteland", in het Gronings en in het Fries



De bovenste foto is van Hennie Guikema.
De foto (kerkje van boer Harkema) is van Gertjan van Noord.

De Nederlandse vertaling van dit verhaal is gepubliceerd in het boek: "Granaatjes met een gouden slot". Dit boek is opnieuw gedrukt en is op 21 juli 2015 uitgegeven door uitgever Noordboek/Friese pers http://www.noordboekwinkel.nl/granaatjes-met-een-gouden-slot.html en te koop in iedere boekhandel.
Als u dit verhaal in een Word document wilt gebruiken om te publiceren in uw kerkblad of tijdschrift mag u contact opnemen met de uitgever.


Krystfeest op it Grinzer plattelân.

Hoe let it wie wist âlde frou Nienhuis net. Se rûn troch de lange gong, steun sykjend oan ’e leuning en se frege har ôf achter welke doar har keamer ek al wer wie. Oan ’e ein fan ‘e gong wie de glêzen doar, dêr achter de sfear fan gesellichheid. Troch it glês-yn-lead seach se ljochtjsjes baarnen. De reuk fan dinnegrien kaam har temjitte. Wie dit de doar fan har keamer? Op elke doar wie in foto fan de bewenner plakt. Se herkende har foto. De doar gie op in kier. It wie donker. Se knipte it ljocht oan en seach de har bekende spullen: Har bêd, de twa noflike stuollen. De antike linnenkast, har rollator dy’t se wer fergetten wie mei te nimmen en de kast fan har âlden mei in faas neist de foto fan har ferloofde dy ‘t flak foar har houlik troch in ferkearsûngelok om it libben kommen wie. Se hie nea wer in man moete dy’t har grutte leafde ferfange kinnen hie. Op it taffeltsje stie de kassetterekorder dy’t de mefrou fan de tsjerke brocht hie. Se hoechde allinich mar de knop mei de stikker yn te drukken, dan koe se de tsjerketsjinst belústerje. Se skufelde nei ien fan de stuollen -dy mei it kanten kleedsje oer de rêchleuning-, drukte op ‘e knop en hearde it ynliedend oargelspul fan de tsjerketsjinst yn de har fertroude Gemeente. Mei har hannen gear en de eagen ticht joech se har oer oan de wurden fan de dûmny. De liturgy dy’t se fan de mefrou krigen hie lei neist de
kassetterekorder. Se koe net mear sa goed lêze, sels de grutletterliturgy begûn foar har eagen te dûnsjen. Nee, it wie better sa. Sa no en dan preuvele se wurden mei, mei it gebed. As it sjongen begûn, libbe se op, dan siet se rjochtop yn ‘e stoel en song se út ’e holle, mei de triennen yn ’e eagen, alle ferskes mei. Se libbe har yn as wie se der by. Nei it ‘amen’ fan ‘e segen gie se oerein, pakte har taske en skufele de gong op. Se rûn de lange gong wer troch, kaam foarby in kapstok, pakte in grize jas dy’t op harres like en luts him oan. Der siet in sjaal yn de mouwe seach se, dy die se om ’e hals. Yn ‘e jasbûsen fûn se wanten.

Hielendal kleid om nei bûten ta stie se even letter foar de grutte doar dy’t mar net iepen woe. Hoe koe dat no, se drukte tsjin de doar. Wêrom gie de tsjerkedoar net iepen en wêr wiene alle minsken? Gelokkich, der kaam in mynhear mei in lange swarte jas oan en in hoed op. Dat wie seker de dûmny. Hy drukte op ’e knoppen fan in soarte fan tillefoan en de doar gie samar fansels iepen. Sûnder om te sjen rûn hy nei bûten en sy skufele sacht achter him oan. Hy rûn mei grutte stappen en ynienen betocht se dat har rollator noch binnen stie. Se wie hielendal fergetten dat se net mear goed rinne koe, sa hie se prebearre de dûmny by te hâlden. Sykjend nei hâldfêst grypte se om har hinne en begûn te wankeljen. Se fielde hoe‘t se har lykwicht ferlear en tsjin in hage foel, har taske lei bûten har berik. Se pebearre oerein te kommen doe’t in sterke man him oer har bûgde en frege oft se har besearre hie. Se koe de man net. Helpleas seach se yn syn eagen en sei dat se it allegearre net mear wist.

De man holp har oerein en frege wêrnei’t se op wei wie... of hy har bringe koe. Se wist it net mear, it like wol oft se hielendal neat mear wist. Doe seach se foar in ferljochte rút in kearske baarnen en har eagen begûnen te glimkjen. Se wist it wer: it wie krystfeest en se
woe nei’t tsjerke! Se fertelde de man dat se nei tsjerke woe om ’t it krystfeest wie en mei de kryst gie se altyd nei tsjerke om it evangeelje út Lukas te hearren, en te sjongen ta eare fan God, te fieren dat de Rêder berne wie om minsken te ferlossen. De man sei dat der op dit momint fan de dei gjin tsjerketsjinsten hâlden waarden en it krystfeest fan de sneinskoalle wie ek al foarby. Hy hie noch nei de bern wuifd en him ôffrege oft se tsjintwurdich nog in boekje kado krigen krekt as froeger. Doe’t hy de djippe teloarstelling seach op it rimpele gesicht fan de helpleaze frou kaam der in gedachte by him op. Hy koe in befreone boer op it Grinzer plattelân, net sa fier hjirwei, dy't op syn hiem in tsjerkje boud hie, wêryn wolris in troutsjinst holden waard of in bysûndere tsjerketsjinst. Op dizze earste krystdei wiene der fêst wol minsken yn dat tsjerkje. Der spile ek wolris ien op it oargel. Wa wit, sa te sjen makke it dizze frou net út oft it in tsjerketsjinst wie of in sjong-oerke, hy koe har dêr wol nei ta bringe. Der lei altyd wol in Bibel wêrút hy fan Lukas lêze koe. Der kaam in blide glâns op syn gesicht doe’t hy har dit fertelde, dat hy har wol nei in tsjerkje bringe soe wêr’t fan Lukas lêzen wurde soe en wêr’t sy sjonge koe ta eare fan God.
Hij holp har yn syn auto en even letter rieden se troch it prachtige lânskip fan Grins
oer smelle dykjes, dy’t der prachtich by leine troch de fallende snie.

Frou Nienhuis glundere. Mei har taske op ‘e skurte geniete se fan dit ûnferwachte autoritsje. Wat wie it hjir moai, sa stil en fredich. Oeral seach se buorkerijen mei ferljochte ruten, it wie krekt sa as froeger doe’t se as lyts famke by ljochtmoanne nei de famkesferiening fytste. Alle herinnerings kamen boppe.
De man seach sa no en dan fansiden nei it gesicht fan de âlde frou, dat glundere yn in wearskyn. Hy tocht oan syn mem dy’t hy niiskrekt thúsbrocht hie, makke him soargen oer har geastlike sûnens. Se stie no al hast in jier op ’e list foar “Het Hofje”. Wat hie se genoaten fan dizze midzje by harren thús. Se hie it sa fijn fûn har bern te sjen en it freondintsje fan harren Jehannes te moetsjen. Ek moast hy weromtinke oan syn frou dy’t moarns noch foar him stien hie mei smeekjende eagen en frege hie of hy dan teminsten no’t it kryst wie werris mei gie nei tsjerke en hoe’t hy sein hie dat krekt mei kryst der frede yn de tsjerke weze moast en dat der foar him gjin frede wie. Fertrietlik wie se allinnich de doar útgien, mei de holle foardel en hingjende skouders en hy hie wer murken hoe ellindich hy him dêrûnder fielde. En no siet hy mei in âlde frou yn ’e auto en wie op wei nei in tsjérke. Hij realisearre him ynienen dat de frou wolris yn “Het Hofje” wénje koe. Hy hie har flakby “Het Hofje” fûn... It begûn him dúdlik te wurden dat it gedrach fan de frou goed paste by de minsken dy’t dêr wennen. Gau sette er de auto oan ’e kant fan ‘e dyk. Hy moast syn frou Irene belje en freegje oft se it personiel fan “Het Hofje” ynformearje woe. Se moast sizze dat hy it âlde minskje persoanlik nei in pear oerkes werombringe soe en hy soe syn frou freegje oft se daliks mei de bern nei it tsjerkje komme woe. Dat hy dêr út Lukas foarlêze soe en oft Jehannes syn oargelboek meinimme woe en wat krystferskes spylje. Hy soe har sizze dat it him spite fan dy moarns en al dy kearen dat hy har allinich gean litten hie. Hy soe it goed meitsje mei syn buorman út ’e Gemeente en dan soe der op twadde krystdei dochs frede wêze yn ’t tsjerke. Dan soe hy neist syn Irene sitte mei in ferromme hert.

Hy helle syn mobyltsje foar it ljocht en sei tsjin it âlde minskje dat hy even belje moast. De frou knikte nei him mei har sachte eagen en seach wer nei bûten wêr’t de snie yntusken lizzen bleaun wie. Dernei alhiel ferromme starte hy de auto, seach nei it wyfke, dy’t no mei de hannen gear en sluten eagen neist him siet en sei: “We binne der hast mefrou, we sille it krystfeest fan ús libben meimeitsje”. De blidens yn de eagen fan it froutsje wie grut. De autobannen makken al spoaren yn de farske snie. Yn it skynsel fan de lampen dwarrelen hieltyd gruttere flokken. Noch even en it tsjerkje kaam yn ’t sicht. Der baarnde ljocht, lyk as yn it theehûs derneist. In befrijend gefoel kaam oer him. Mei de frou yn de earm rûn hy foarsichtich it brechje oer, it tsjerkepaad op. Frou Nienhuis geniete fan de moaie kleuren yn it ferljochte glês-yn-lead. Jehannes bespile it oargel al. Syn freondintsje siet yn ’e tsjerke neist syn leave Irene, harren dochter stie achter de lessenaar en blêdere yn de Bibel. Syn skoansoan stuts krekt inkele kearsen oan. Mei de trienen yn d’ eagen en it âlde minskje oan syn earm rûn hy nei harren dy’t him sa dierber wiene.

Doe’t de boer - fan wa’t it tsjerkje wie- nei syn ronde yn de stâl de doar fan it tsjerkje iepene seach hy ien fan syn freonen út in doarpke fierderop achter de lessenaar, lêzend it Lukas- evangeelje, syn gesin -mei in âlde frou dy’t hy net koe- en inkele gasten, wêrûnder in groep ferdwaalde ‘Piterpaadkuierders’. Rêchsekken yn it gongspaad, baarnende kearsen, de reuk fan de krystbeam, mar wat him foaral opfoel wie de serene sfear dy’t dêr hong. Hy naam in stoel en foege him by it geselsskip. Hy seach omheech en waard Jehannes gewaar op de oargelbank en neist him siet ...?... Seach hy dat goed? Siet dêr, neist Jehannes, de feehâlder wêr’t syn freon, dy’t no achter de lessenaar stie, al jierren spul mei hie fanwege in stik lân? Beide mannen kamen apart geregeld om in kop kofje by him, hjir by syn tsjerkje yn it theehûs. De lêste jierren kamen se allinnich noch as se seker wisten dat de oare der net wie. Hy hie fan beide kanten it ferhaal heard en hie dêr sa syn eigen gedachten oer en no, hjir yn syn tsjerkje, yn in spontaan opset sjong-oerke, sa like it, wiene se der beide! De ien it evangeelje lêzend, de oar as assistint fan de oargelist. It die him nochal wat no’ t it like oft syn gebeden op dizze bysûndere krystdei ferheard waarden.

Yn ’e waarme auto, op ’e weromreis yn de stille wite jûn, mingde him in basstim mei in trilrige sopraan. Ynienen begriep de Grinzer dat it ‘welbehagen’ út it Ingleliet fan ‘e jûn hiel tichtby kommen wie en dat dit âlde wyfke, dy’t op syn paad kommen wie, dêr in grut oandiel yn hân hie.
Se kamen by “Het Hofje” wêr’t se leafdefol ynhelle waarden mei waarme sûkelademolke en in dik plak krystbôle. Alde frou Nienhuis hie in kleur op ’e wangen en har hiele gesicht striele doe’t se sei: “Wy ha krystfeest fierd yn it fjild, krekt as yn Efratha en it Ingleliet klonk dêr hearlik!”

Oerset nei in krystferhaal fan Coby Poelman-Duisterwinkel.

De mevrouw die mijn verhaal heeft vertaald heeft aangegeven dat zij graag anoniem wil blijven. Ik ben haar erg dankbaar dat zij het in het Fries heeft vertaald voor de mensen aan wie zij het tijdens een kerstviering heeft voorgelezen en dat ik de vertaling op mijn blog mocht plaatsen.
Mocht u dit lezen en zou u ook één van mijn kerstverhalen willen vertalen dan zou ik dat ontzettend leuk vinden.



Kerstfeest op t Grunneger plattelaand

Hou loat of t was wis Jitske nait. Ze laip deur de lange gaang, steunzuikend langs de stang aan de muur en vroug zich oaf achter welke deur heur koamer ook al weer was. Aan t ende van de gaang was de gloazen deur woar de sfeer van gezelleghaid huusde. Deur t glas ien lood zag ze lichjes brannen. De reuk van dennetakken kwam heur tegemout. Was dit de deur van heur koamer? Op elke deur was n foto van de bewoner plakt. Ze herkende heur foto. De deur kierde open. t Was duuster. Ze knipte t licht aan en zag heur bekende spullen. Heur berre, twai leunstoulen, de antieke linnenkaast, heur rolloator dai ze alweer vergeten haar en de kaast met de voas van heur ollers noast de foto van heur verloofde dai vlak veur heur traauwen deur n ongeluk om t leven kommen was. Ze haar noeit meer n man troffen dai heur grode laifde vervangen kon.
Op t toafeltje ston de cassetterecorder dai de vrouw van kerk broacht haar. Ze hufde allain mor de knop met plakker ien te drukken, den kon ze noar kerkdainst luusteren.
Ze schoevelde noar ain van de stoulen met n kanten klaidje over rugleuning, drukte op knop en heurde t ienlaidend örgelspel van kerstdainst ien heur vertraauwde gemainte.
Met heur handen vollen en ogen dicht gaf ze zich over aan de woorden van de domenee. De liturgie dai ze van de vrouw kregen haar lag noast de cassetterecorder. Ze kon nait meer zo goud lezen, zelfs grootledderliturgie begon veur heur ogen te daansen. Nee, t was beter zo. Oaf en tou prevelde ze woorden met ien t gebed. As t zingen begon leefde ze op, den zat ze rechtop ien stoul en zong uut de kop met glim- ogen alle verzen met. Ze leefde zich ien asof ze derbie was. Noa t amen van de zegen ging ze stoan, pakte heur tas en schoevelde gaang op. Ze laip de lange gaang weer deur, kwam veurbie kapstok, pakte n grieze jas dai op heurent leek en trok hom aan. Der zat n sjaal ien de mouw vernam ze, dai dee ze om haals. Ien jasbuzen von ze handschounen.

Heulemoal aanklaid om vot te goan ston ze even loater bie veurdeur dai nait open wol. Hou kon dat nou, ze drukte tegen deur. Woarom wol kerkdeur nait open en woar waren alle mensen? Gelukkeg, doar kwam n man met n lange zwaarte jas aan en n houd op. Dat was domenee zeker. Hai drukte op knoppen van n soort telefoon en de deur ging zomoar vanzelf open.
Zunder om te kieken laip er noar boeten en zai schoevelde zaacht achter hom aan.
Hai laip met grode stappen en ienainend bedoacht ze dat heur rolloator nog ien kerk ston.
Ze was heulemoal vergeten dat ze nait goud meer lopen kon, zo haar ze probeerd domenee bie te hollen.
Zuikend noar holvast greep ze om zich hen en begon te stroekelen. Ze vuilde hou ze heur evenwicht verloor en tegen een taxusheeg aanviel, heur tas lag n end verderop. Ze probeerde ientênne te kommen toen n staarke man zich over heur henboog en vroug of ze zich zeerdoan haar. Ze kende de man nait. Hulpeloos keek ze ien zien ogen en zee dat ze t aalmoal nait meer wis.
 
De man hailp heur ientênne en vroug woar ze hen wol, of hai heur aargens henbrengen kon. Ze wis t nait meer, t leek wel of ze heulemoal niks meer wis. Dou zag ze veur n verlicht roam van t huus woar ze op uutkeken n keerske brannen en heur ogen begonnen te lichten. Ze wis t weer, t was kerstfeest en ze wol noar kerk!
Ze vertelde de man dat ze noar kerk wol omdat t kerstfeest was en met kerst ging ze altied noar kerk om t evangelie uut Lukas te heuren en te zingen tot Gods eer, te vieren dat de Redder geboren was om mensen te verlössen.
De man zee dat er op dit moment van dag gain kerkdainsten hollen werden en t kerstfeest van zöndagsschoul was ook al oaflopen, hai haar nog noar de kiender zwaaid en zich oafvroagd of ze tegenworreg nog n boukje kedo kregen net als vrouger.

Dou er t teleursteld gezicht zag van de hulpeloze vrouw kwam er n gedachte ien hom op. Hai kende n boer dai op zien aarf n kerkje bouwd haar en ien dat kerkje werden wel es traauwdainsten hollen en ook wel biezundere kerkdainsten. Op eerste kerstdag waren er vast wel kiekers ien dat kerkje op dit uur van de dag. Der speulde ook wel es ain op t örgel. Wel wait, zo te zain moakte t dizze vrouw nait uut of t n kerkdainst was of n zanguurtje, hai kon heur der wel henbrengen. Der lag altied wel n Biebel woar er wat uut Lukas lezen kon.
Der kwam glaans op zien gezicht dou er heur vertelde dat er heur noar n kerk toubrengen zol woar uut Lukas lezen worden zol en woar ze zingen kon tot eer van God.
Hai hielp heur ien zien auto en even loater reden ze deur t prachtege landschap van Grunnen over smalle wegjes, schoars verlicht deur vallende snijvlokken.
Jitskes gezicht stroalde. Met heur tas op schoot genoot ze van dit onverwachte autoritje.
Wat was t hier mooi, zo stil en vredeg. Overal zag ze boerderijen met verlichte roamen, t was net as vrouger dou ze as jong wichje bie volle moan noar wichterverainen fietste. Alle herinneringen kwamen boven. De man keek oaf en tou opzied ien t gezicht van de olle vrouw dat glaansde ien weerschien van licht ien t duuster.

Hai doacht aan zien moeke dai er net thuusbrocht haar, moakte zich zörgen over heur geesteleke gezondhaid. Ze ston nou al host n half joar op de liest veur "t Hofke". Wat haar ze genoten van dizze mirrag. Ze haar t zo mooi vonnen heur kiender weer te zain en t vriendinnetje van Johannes te treffen.
Ook mos er terugdenken aan zien vrouw dai vanmörnen nog veur hom stoan haar met smekende ogen en vroagd haar of hai den tenminsten nou t kerst was weer es met noar kerk wol en hou er zegd haar dat er juust met kerst vrede ien kerk weden mos en dat doar veur hom gain vrede was. Verdraiteg was ze allain deur uutgoan, kop veurover en schollers noar beneden en hai haar weer vernomen hou ellendeg hai zich er deur vuilde.
Nou zat er met n olle vrouw ien auto en was onderwegens noar kerk. Hai realiseerde zich ienainend dat de vrouw wel es ien "t Hofke" wonen kon. Hai haar heur vlakbie "t Hofke" vonnen. t Begon hom duudlek te worden dat t gedrag van de vrouw goud paasde bie de mensen dai doar woonden.
Hai keek ien de spaigels en zette auto aan kaant van weg. Hai mos zien vrouw bellen en vroagen of ze t personeel van "t Hofke" ienformeren wol. Hai zol de vrouw persoonlek noa n poar uur trugbrengen en hai zol zien vrouw vroagen of ze met kiender noar t kerkje kommen wol, dat hai doar uut Lukas veurlezen zol en of Johannes zien örgelbouk metnemen wol en wat kerstlaideren speulen kon. Hai zol tegen heur zeggen dat t hom speet van vanmörn en aal dai keren dat er heur allain noar kerk lait gain. Hai zol t goud moaken met zien buurtgenoot uut gemainte en den zol er mörn op twaide kerstdag toch vrede ien kerk weden. Den zol er noast zien Irene zitten met n opschoond haart.

Hai hail zien mobieltje teveurschien, zee tegen de vrouw dat er even n poar mensen bellen mos.
De vrouw knikte noar hom met heur zaachte ogen en keek weer noar boeten woar de snij ienmiddels liggen bleven was ien t uutstrekt landschap.
Met n roem haart startte hai auto, keek noar de vrouw dai hannen weer vollen haar en met ogen dicht noast hom zat en zee: "We zijn er bijna mevrouw, we zullen het kerstfeest van ons leven meemaken."
De bliedschap ien de ogen van Jitske was groot.
De autobanden moakten sporen ien de snij. Ien t schiensel van de lampen dwarrelden aal grodere vlokken. Nog even en t kerkje kwam ien zicht. Der braande licht net as ien t theehuus dernoast. n Bevraid gevuil kwaam over hom.
Met de vrouw ien aarm laip er veurzichtig t brugje over, t kerkpad op en Jitske genoot van de mooie kleuren ien t verlichte glas ien lood.
Johannes speulde op t örgel. Zien vriendinnetje zat ien kerk noast zien laive Irene, heur dochter ston achter katheder en bloaderde ien Biebel. Zien schoonzeun stak n poar keersen aan. Met brannende ogen en Jitske aan aarm laip er noar wel hom zo laif waren.

Dou de boer noa zien ronde ien stal de deur van zien kerkje open dee trof er ain van zien vrunden uut n noabureg dörp achter de katheder, uut Lukas aan t lezen, zien huushollen en n olle vrouw dai er nait thuusbrengen kon, n stuk of wat bezuikers en n groep verdwoalde Pieterpadlopers, rugzakken ien t gaangpad, brannende keersen, de reuk van dennennoalden mor wat veuraal opvail was de vredege sfeer dai er hier aantrof. Hai pakte n stoul en ging der bie zitten. Hai keek omhoog en zag Johannes op örgelbaank en noast hom zat… zag er t goud, zat doar noast Johannes dai veeholler woar zien vrund al joaren met ien onmin leefde om n stuk land? Baide mannen kwamen geregeld n kop kovvie bie hom drinken hier in zien kerkje. De leste joaren kwamen ze allain nog as ze zeker wissen dat d aander der nait was. Hai haar van baide kaanten t verhoal heurd en haar der zo zien aigen gedachten over en nou, hier ien zien kerkje, ien ain of aander zanguurtje, zo leek t, waren ze der baiden. Ain aan t Biebellezen, aander as hulp van örgenist.
Hai was ontroerd dat zien gebeden op dizze biezundere kerstdag hier onder zien ogen leken verheurd te weden.

Weeromrais ien de stille widde oavond mengde n basstem zich met n trillerege soproan ien n waarme auto. Ienainend begreep de Grunneger dat t welbehoagen uut t engelenlaid vanoavond heul dichtbie kommen was en dat dizze vrouw dai op zien pad kommen was doar n groot aandail in had haar.
Ze waren host bie "t Hofke" woar ze ien laifde opvangen werden met waarme sukkeloademelk en n dik plak krendestoet met roombodder.
Jitske haar n kleur op wangen en heur haile gezicht stroalde dou ze zee:
"We hebben kerstfeest gevierd in de velden, net als in Efratha en het Engelenlied klonk er heerlijk!"

© Coby Poelman-Duisterwinkel.


Hemels Licht



Heer, ik kan niet bidden,
dat heb ik nooit geleerd.
Ze zeggen dat het Christuskind
voor mij ook is gekomen.
Ik wil het wel geloven
maar begrijpen doe ‘k het niet.
Nu hebben ze me naar
het kerstfeest meegenomen

en eerlijk Heer,
het voelt zo goed,
er heerst hier echte Vrede.
Ik denk dat ik van nu af aan
ook zondags naar Uw Huis wil gaan
er is vandaag zomaar in mij
een Hemels Licht ontstaan
en wat ook heel bijzonder is,
ik heb zowaar gebeden!

Coby Poelman-Duisterwinkel.

Het kunstwerk is van Folkert de Graaf

woensdag 30 november 2011

..... door 't luchtruim zwevend

Fietsend door de sneeuw
hoor ik een meisje zingen.
Moederziel alleen
staat ze op ’t stille plein
te staren naar de vlokken,
haar benen swingen.
Koordjes van haar wollen muts
dansen vrolijk mee.

Haar “in excelsis Deo”
klinkt zacht maar krachtig na
als ik over mijn schouder
haar nog eenmaal gadesla.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

zaterdag 26 november 2011

Snipper-kat


Onder de trap ligt onze kat
op afgeweekt behang
het deert hem niet wat er ook valt
hij ligt er al heel lang.
Pas bij de spetters op zijn kop
van weer een natte dweil
rekt hij zich uit en schudt zich
stram komt hij overeind.

Wanneer hij door de kamer loopt
bedekt met plakbehang
kijkt hij me vraagogend aan:
komt er nog wat van?
Hij gaat me voor richting zijn bak
heeft slechts oog voor zijn eten
de ballast die hij meedraagt
lijkt hij gewoon vergeten.

Ik volg het spoor van snippers terug
scheur boven weer behang
en denk aan de bejaarde kat
die jaag je niet op stang.

Coby Poelman-Duisterwinkel

De aquarel is van Christine de Ro.

dinsdag 22 november 2011

Uw genade

Heer, dat ik leef en ademhaal
dat ik mag wonen op uw aarde
dat er voor mij te eten is
en U wilt zijn mijn Vader

de lieve kinderen die U schonk
door liefde van mijn liefste
de frisse lucht, de warme zon
mijn moeder die mij baarde

mijn vader die de Bijbel las
een huis waar ik kan slapen
de vreugde van het Christen zijn
verlossing van het kwade

mijn broeders en mijn zusters
de ochtenddauw, de gaven
het delen van Uw brood en wijn
’t is alles Uw genade,

ik dank U daarvoor, Vader.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Geschreven voor het thema Genade van www.gedichtensite.nl

zaterdag 12 november 2011

Verege tachtegers


Twai olle mensen, hai groot, zai klain,
Komst ze overal tegen.
Zien gang is onzeker want ien zien brain
is n stoorzender ien bewegen.

Zai gait veuroverbogen heur weg.
Heur scholler net boven zien middel.
Zai kinnen nait mit en nait zunder mekoar,
deurlopend klinkt heur gekibbel.

Hai mag van dokter nait meer achter t stuur.
Zai nemt dizze toak van hom over.
Nemt alle bochten hail secuur.
Zien gezelschop is nait overbodig.

“Tou moar” roupt er as t licht stait op groen.
De motor jankt en ze hobbelen voort.
Hai wiest op n bord mit “domies toen”,
Moar zai gait er nait mit accoord.

Ze binnen onderwegens noar Jeu de Boulles.
Heur honkbalpet op tegen de zun.
Hai zwaait noar de teamlaider van de poulle
“Zeg, draai doar de auto moar om”.

Twai olle mensen, hai groot, zai klain,
hai zwaaiend mit aarms en bainen.
Zai kniept heur tas mit ballen hoast fien,
het muite hom bie te bainen.

Strovveleg goeit hai n bal op t pad.
De wedstried is begonnen.
Twai olle mensen goan voldoan weer op pad.
Zai hemmen vanmiddag wonnen.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Erik de Jong

woensdag 9 november 2011

Op stage

Marius van Dokkum ©2005 Art Revisited, Tolbert

Ze springt nogal es uut de band,
mot en zal op stage noar t butenland.
Ken doar n fiets van school bruken,
wil der vot met stad ienduken.

Fietsen over stoep is hier verboden.
Woarschauwd is ze stroat opvlogen.
Ja, ook nog n lekke band.
Doar staait ze den met fiets aan kant.

Bie fietsemoaker hemmen ze gien tied.
“Zet doar mor hen tot etenstied”.
“As joe m doalek niet kennen plakken
wil je mie den wat gereedschap pakken?”

Ze zet zunder gemier of getob
fiets ien één slag op e kop
en plakt doar ien t butenland
met veul bekieks n binnenband.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Marius van Dokkum

dinsdag 1 november 2011

Tijd voor ander nieuws


Zuchtend
om de beelden
in het journaal
denk ik aan
het hoofdschudden
van moeder vroeger.
Niets nieuws

Geboeid
door beelden
van Gods Koninkrijk
volg ik het
laatste nieuws,
te mooi voor het
journaal

Coby Poelman-Duisterwinkel

Litho-ets van Carin Nieuwenhout. Koor en dirigent in de Martinikerk.
Bron: http://www.hugovandermolen.nl/kunstverkopen/Carin%20Nieuwenhout/etsen.php

dinsdag 25 oktober 2011

Hoopvol

Hij was
al lange tijd kerkverlater
maar zijn ogen lichtten
toen Iemand zei
Ik ben

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Jan van der Kooi

donderdag 20 oktober 2011

Oogjevrijen


Marius van Dokkum ©2005 Art Revisited, Tolbert

Hai vangt heur ien zien blik,
zai zugt zien ogen goan
en blozend blikt ze terug
ze het zien toal verstoan,
kiekt es om zich hen
hemmen ze niks vernomen,
moar elk kiekt ien de map
ze loat t over zich kommen.
Heur blik gait noar hom terug
dai minnend met zien ogen,
verlangen bie heur wekt,
zo volgt ze steels zien pogen.
De kop weer bie de les,
dat er zo van heur hold...
Ze knipoogt en bedenkt:
Wat bennen we al laang trouwd.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

Het kunstwerk is van Marius van Dokkum

dinsdag 18 oktober 2011

Lichtend licht over "de Lindt""

Stralend
vanuit de verte
fietst ze ons tegemoet
de onbekende
dichtbij gekomen groet
vol geestdrift
de bijzondere persoon
met woorden
voor ons noorderlingen
ongewoon
maar zo innemend
klinkt het zegenend
Sjabbat Sjalom

het vult ons
met haar Vrede.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Christa Rosier www.christarosier.nl

Dit gedicht is te beluisteren op www.audiogedichten.nl zie link

zaterdag 15 oktober 2011

Na de operatie


Ze lacht me toe vanuit de stoel,
een kussen steunt haar arm.
Niet meer symmetrisch
voelt ze van de oksel
nog het meest.

Ze wijst me, altijd positief
op tekenen van meeleven,
nee ze wordt niet vergeten.
Haar dagelijkse blokje om
wordt steeds een stukje breder,
wel staan er nog
vervolgtrajecten in de wacht.

In de stilte van de nacht
noem ik mijn dappere vriendin,
een zonnestraal in menig mensenleven,
omgeven door een cirkel
van gebeden om Zijn kracht!

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Diederik Kraaijpoel

Dit gedicht is te beluisteren op www.audiogedichten.nl zie link

donderdag 6 oktober 2011

(B)oogcontact


As t regent
en de zun schient,

Joe noar beneden,
ik omhoog kiek

den stoan wie even
oog ien oog

verbonden
door Joen regenboog.


Coby Poelman-Duisterwinkel,



bie Genesis 9 : 16

“Als de boog in de wolken is,
dan zal Ik hem zien, zodat
Ik mijn eeuwig verbond gedenk”…

Het kunstwerk is van Roos Schuring.

maandag 3 oktober 2011

Kerstboodschap om de hoek


In haar erker staan
de wijzen op het oosten,
een stukje verder
lopen schapen met een herder,
aan de zuidkant
zie je Maria en Jozef gaan,
de stal met os en ezel
wachten op het westen,
de voerbak staat nog op de kop,
het vilten kindje onderop.

Bij het kaarslicht
van de kerstnacht haalt ze
wijzen uit het oosten,
schapen met hun herder,
Maria en Jozef naar de stal,
de voerbak draait ze om,
nu ligt het kindje boven.
Dit is voor haar jaar in jaar uit
een uiting van geloven.

Coby Poelman-Duisterwinkel

donderdag 29 september 2011

Herfstkind


Geboren
in de herfst,
in liefde ontvangen,
opgevoed
bij zang
van psalmen
en gezangen.

Een herfsttype
noemen ze haar
als ze kijken
naar haar ogen
en de kleur
van het haar.

De kleuren
van de herfst,
Gods prachtige
natuur,
lichten in haar
het vlammen
van vuur
als ze spreekt
over de Vader.

Zo komt,
dat is haar hoop,
een broeder
of een zuster
Hem
die zij liefheeft
nader.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Diederik Kraaijpoel.

woensdag 21 september 2011

U bent nog net op tijd

Steeds verder
vouwt het lichaam zich
tot foetus
totdat het leven
stervend haar verlaat

ontvouwen wordt ze
weggedragen
en met gevouwen handen
nagestaard

die ooit mijn liefste
in zich droeg,
ze is voorbij
maar niet voorgoed
want ze ging vol vertrouwen;
genade bleek genoeg.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Gepubliceerd in: Verrassend uitzicht (2013)


Septembergedachten bij het afscheid in het ziekenhuis in juni 2011

dinsdag 20 september 2011

Een stille dag

Het licht van jouw verjaardag
schijnt op je steen
over het sterretje van
je geboorte,
vandaag ging
mijn mobieltje af
als een herinnering

maar zonder jou
is je verjaardag anders
en dwalen mijn gedachten
naar je graf
nu vier je je verjaardag
aan de overkant
misschien schudt Hij
vandaag je hand.

We vieren 't hier
in stilte met je mee,
dag lieve zus,
tot later!

Coby Poelman-Duisterwinkel

dinsdag 13 september 2011

Het Oekraïnehuis


Mijn vriendin Martha uit Aduard ging zich in 2009 een week inzetten voor Dorcas als bewoonster van een “Oekraïnehuis”. Van 2 tot en met 7 november stond voor de studio van GrootNieuwsRadio op de Einsteinstraat in Veenendaal het ‘Dorcas Oekraïnehuis’. Vier bewoners, die op de radio zijn voorgesteld, gingen tijdens deze week proberen rond te komen van één voedselpakket en 20 euro zakgeld. Via deze actie wilde Dorcas samen met GrootNieuwsRadio aandacht vragen voor de situatie waarin veel mensen in Oost-Europa leven.

Maandag 2 november om 10.00 uur betrok de groep het Oekraïnehuis. Dit huis was een exacte kopie van huizen zoals je ze veel in Oost-Europa tegenkomt. Muren van klei en een dak van golfplaten. Achter het huis bevond zich een buiten-wc. De bewoners moesten zich zien te redden met minimale middelen. In die week werden ze op de voet gevolgd in de uitzendingen op GrootNieuwsRadio. Met elkaar moesten ze proberen om zoveel mogelijk voedselpakketten in te zamelen voor de allerarmsten in Oost-Europa. Hiervoor hebben ze de hulp ingeroepen van de luisteraars van GrootNieuwsRadio. Zij vroeg mij of ik voor deze actie een gedicht wilde schrijven. Ik vond het fantastisch wat zij deed en schreef met veel plezier onderstaand gedicht voor deze actie.



Het Oekraïnehuis 

 
Het borrelt, bruist, kolkt,
als hete lava stroomt het,
door Kracht gedreven
zit je in een huis van stro en klei
met 20 euro en een pakket,
je vraagt je af hoe ze het al die jaren
in Oekraïne hebben gered.

Het is koud, krap, het tocht,
je mist koffie, trilt,
je rammelende maag vraagt
wat stevigs, iets wat vult,
je zoekt, de groenten zijn al op,
alleen rijst, dan maar mixen met droge soep,
je mist stroom, de laptop, je zachte bed,
vlees, vis, aardappelen, fruit,
wat zit er toch weinig in zo’n voedselpakket….
geen brood, geen melk, geen boter,
je kunt geen rijst meer zien,
alweer thee of ranja, je hebt het gehad,
wat heb je zin in een portie patat.

In je hoofd is het crisis,
je lichaam laat blijken
wat duurt het lang tot het water kookt.
Hongerig wil je de rijst wel gaar kíjken,
méér hout in de sissende kachel die rookt.

Je huivert, zelfs al lig je in bed,
nu moet je ook nog naar dat buitentoilet.
Hoeveel dagen nog te gaan,
hoe zal het hen in Oekraïne vergaan?
je haar plakt, wil niet in model,
je ruikt je eigen zweet,
je bent één van hen voor nog geen week….

Het borrelt, bruist, en kolkt nog steeds
alleen is het nu anders,
de lava is gestold en in je geest
hoop je dat het toch vruchtbaar is geweest.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

maandag 5 september 2011

Pijnlijke mededeling

De visfilet was heerlijk
maar die wond in mijn keel

alsof de vis
mee wilde delen
wat het is...

Coby Poelman-Duisterwinkel

(visfilet is niet altijd graatloos!)

zaterdag 3 september 2011

Ooievoarstrek


Hurkend zat ze
bie t woater
op n waarme dag
ien april.
Dichtbie heurde ze
kikkers kwoaken,
verder was t stil.

Veurzichtig
glee heur vinger
langs t glibberige
kikkerdril.

Verstild
vuilde ze wat
ien heur ontwoaken,
t was nog hail pril.

Ze rilde.
Heur vinger trilde.

Er trok n ooievoar
over Staintil…

Coby Poelman-Duisterwinkel.

vrijdag 26 augustus 2011

Elastiektwist



Meters elastiek
omspannen kinderenkels
hakken haken snaren
tenen scharen
benen springen
in zingend grijswit
spreiden, sluiten
huppen, draaien
nog een keer springen
in en uit
op swingend twistgeluid
floept het wit
van enkel naar kuit

hakken haken snaren
tenen scharen
benen springen
in zingend grijswit
spreiden, sluiten
huppen, draaien
nog een keer springen
in en uit
even komt boven
dit heerlijk twistgeluid…

Coby Poelman-Duisterwinkel

De foto's zijn afkomstig van het Nationaal Archief (fotocollectie Anefo).

woensdag 24 augustus 2011

Verrassing!

Die éne gast
op haar verjaardag
die onaangekondigd kwam
ontstak door zijn aanwezigheid
een aangename vlam
kleurde de dag
in glans en vrede
het samen eten
stille bede

voor ’t eerst
in hun gezelschap
en toch al zo vertrouwd,
deze verjaardag is er één
die ze voorgoed onthoudt!

Coby Poelman-Duisterwinkel

dinsdag 23 augustus 2011

.... jaar getrouwd

Het is vandaag
een bijzondere dag
en daarom dit gedicht
. . jaar geleden
verscheen een
huwelijksbericht.

De bruid, zij kreeg
een nieuwe naam
naast een vertrouwd gezicht,
zie nu dit bruidspaar stralen,
op jullie valt het licht
van deze mooie feestdag,
gezegend door de Heer
zijn jullie nog steeds samen,
een hele eer!

Coby Poelman-Duisterwinkel


... joar trouwd

Het is vandoag
n biezundere dag
en doarom dit gedicht
... joar leden
verscheen
joen trouwbericht.

De bruid, zai kreeg
een nije noam
noast een vertrouwd gezicht
kiek ze nou es stroalen
op joe baiden vaalt het licht
van dizze mooie feestdag
gezegend deur de Heer
ben joe nog altied bie mekoar
een haile eer!

Coby Poelman-Duisterwinkel

zondag 21 augustus 2011

Lichtende schaduw


Ik zag een vage regenboog
over een heldere
gebogen
alsof de één de schaduw
van de ander was.

Mijn pas vertraagde,
zilverkleurig vlogen
speelse vogels
voorlangs
en onderdoor
tegen het lichtend
donkergrijs.

Ik ondervond
hoe schaduwrijke vleugels
zich spreidden over mij.

Coby Poelman-Duisterwinkel

zaterdag 13 augustus 2011

Nieuwe schoenen



Het kind in mij
komt af en toe
naar boven,
vooral wanneer ik
nieuwe schoenen
heb gekocht.
Het thuisfront
laat mij grif geloven
dat ik met deze aankoop
zeker heb geboft.

Ik laat mijn blik
voortdurend
naar beneden glijden
en dat ze
o zo heerlijk zitten
heb ik menigmaal verteld.
Wanneer men er
genoeg van lijkt te krijgen
wordt dat omzichtig
doch heel duidelijk gemeld.

Alleen mijn man blijft
eindeloos geduldig,
en ik bespeur een krulling
van zijn lip.
Zielsgelukkig
voel ik me gedragen,
als een veertje,
zo licht.

Coby Poelman-Duisterwinkel


Uit de bundel 'De voordracht'

maandag 8 augustus 2011

Psalmbeleving


Vanavond neemt het koor
een nieuwe compositie
van hun geliefde psalmen door;
berijmd en onberijmd
met een initium verbonden.

De alten en sopranen
zingen een middendeel,
dan luisteren ze naar
de bassen en tenoren
en laten op hun beurt
volgende woorden horen
waarbij ze zich
een kwartslag omgekeerd
opeens realiseren
hoe mooi de tekst is
die ze zingen richting heren.

Op dat moment klinken
de oude onberijmde woorden,
nu weer gezongen door
de bassen en tenoren
intenser en ontroerender
dan ooit tevoren.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Lijnets en aquatint met suikerwatertechniek
van Carin Nieuwenhout


donderdag 4 augustus 2011

Stofzoeger op leeftied

Ik ben n stofzoeger op leeftied
en roas deur t haile huus.
t Is stofhappen bloazen veur altied
over perket, plefond en plûche.

k Zit vol met zoagsel, blad, naalden
spinnen, mieren, pissebedden en stof.
k Mot er allernoast van kokhaalzen,
zelfs mien boetenkaant wordt dof

want ze sjorren zo aan mien slang,
mien lief schampt vaarf van deurposten oaf.
Ik knal tegen toafelpoten en behang,
vlaig den op e sloapkoamers oaf.

t Gait er om weg as ik mien ronde dou,
t is een lewaai van jewelste.
Veuls te voak mot k op sleeptouw
en k ben al nait meer de snelste.

Noa oafloop van t gebeul
baargen ze mie ien kaast
noast de striekplaank en den is t mis
omdat het nait goud paast.

Mien slang steut tegen kaastdeur,
dai vaalt op slag weer open.
Bie t dichtdrukken krieg ik n neie scheur.
Beplakt wor ik deurlopend.

Mor nou zit ik te boalen.
Ik heb het hailemoal had
en zwieg ien alle toalen.
Goa moar om n aander op pad.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

woensdag 27 juli 2011

Bewustwording


Puberhanden vormden hem
jaren geleden
de tijd heeft hem
vervolgens aangetast
toch is zijn charme
al die tijd gebleven
ontstoken in zijn gulle
brede lach

de paarse poten
zijn wat verf verloren
het groen zit meer
in de vernis
de zwarte ogen
op zijn kop verankerd
tonen een blik van
olijkheid en list

het kikkerbeest weerkaatst
iets van zijn maker
al staan de dikke
poten in contrast
het is vooral de uitstraling
die bij haar past
en me dit schrijvende
opeens het meest verrast.

Coby Poelman-Duisterwinkel

maandag 25 juli 2011

Gods aarde juicht!




Feestelijke boekpresentatie in Litouwen.
Op 9 september 2011 werd in het Cultureel Centrum van Mažeikiai, een stad in het Noorden van Litouwen een Internationaal Kunst en Cultuur festival georganiseerd waar met toneel, dans en muziek het boek "Eco del silencio/Echo van de stilte/Tylos aidas" van Torcqué gepresenteerd werd, vergezeld van een tentoonstelling van nieuwe en in het boek geplaatste schilderijen.
Tevens werden er uit het boek gedichten voorgedragen door acteurs.
Het festival heeft een hele week geduurd met optredens van verschillende Litouwse en Buitenlandse groepen ( Polen, Estland en Letland).

http://www.veidas.lt/naujame-dailininko-torcque-albume-%E2%80%93-neiprasta-dailes-ir-poezijos-sinteze

http://www.15min.lt/naujiena/kultura/renginiai/lietuvoje-kuriancio-dailininko-torcqu-albume-neiprasta-dailes-ir-poezijos-sinteze-29-168359

Eén van de gedichten in dit boek:

Gods aarde juicht!

Gods aarde juicht
in de geplante boomgaard,
zij fluit een lied vol luister naar
het zachte fietsgeluid.
Zij voelt het zaad ontkiemen
in de bloementuinen
en glimlacht naar de
zwerfvuilprikkers in de duinen,
de schoongehouden sloten,
zij bekoren haar
zodat ze zingt uit vreugde,
feestviert in de morgendauw:
Hier houd ik van,
dit is tot stand gekomen
door een goede Geest van trouw.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

Uitgekozen bij een schilderij van Torcqué voor zijn jubileumboek.
Het boek van de Litouwse kunstenaar is uitgekomen in juli 2011.

Hieronder het voorwoord:

Kunst brengt mensen dichter bij elkaar en maakt de wereld kleiner. Dat wordt ook weer bewezen door het oeuvre van de beeldend kunstenaar Arie C. Torcqué Zaanen, die drie landen met zijn schilderijen verbindt. Geboren in 1941 in Rotterdam, studeerde hij in Nederland grafische design en illustratie, om in Spanje zijn weg als schilder te vinden en vervolgens een nieuw werkterrein te vinden in Litouwen.
Dit boek laat zien dat het niet alleen mogelijk is om gedichten te illustreren aan de hand van schilderkunst, maar ook andersom. De schilderijen van Torcqué worden als het ware van commentaar voorzien door Litouwse, Spaanse en Nederlandse dichters, in hun eigen taal. De schilderijen en gedichten vechten daarbij niet om de meeste aandacht, maar vullen elkaar prachtig aan en vormen een mooie uitdrukking van de bindende kracht van kunst.
Torcqué is niet alleen een kunstenaar, maar ook een ambassadeur van de grote wereld van de verbeeldingskracht. Met zijn dichterlijke schilderkunst vervagen grenzen en maken we een sprong in het onbekende. Hij laat daarmee zien dat kunst de wereld niet alleen kleiner maakt, maar ook groter.
Ik wens u veel kijk- en leesplezier met dit boek!

Joep Wijnands
Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden in de Republiek Litouwen


Het boek telt 168 bladzijden.
Het is getiteld:
Eco del silencio/Echo van de stilte/Tylos aidas
Torcqué
isbn 978-9986-31-318-2

Meer gedichten en schilderijen uit dit boek kunt u bekijken op http://cobypoelman.blogspot.com en dan in de rechter kolom Torcqué aanklikken.

Het gedicht is te beluisteren op www.audiogedichten.nl (zie link)
Het gedicht "Hé meneer Clown" is via www.audiogedichten.nl voorgedragen tijdens de boekpresentatie in Litouwen.

woensdag 20 juli 2011

Engel met lucht


k Heb boodschappen ien fietstassen stouwd.
Is fietsen nog wel vertrouwd?
Ik staiger zo’n beetje met t haile geval
As k nait uutkiek komt er nog es n knal.
Mien achterband bonkt over stroat.
Straks is t nog te loat.
Omzichtig rie ik recht op t doel
langs elk stuk glas, om elke koel.
Den rem ik met mien vracht.
Mien band is veuls te zacht.

Woarom zit toch dat ventiel
altied net bovenaan ien t wiel?
zo ken k er ja noeit bie.
n vremde kerel lacht noar mie
met laive ogen ien hemels blauw;
en vroagt;“Lukt het mevrouw?”

Ien n klain schofke tied
ben k de pomp al kwiet
zien staarke aarms
bennen t pompen wel wend
wat ja n alleroarigste vent.
Oplucht ontwiek ik nog net n doef
as ik verend mien engel veurbie stoef.

Coby Poelman-Duisterwinkel

dinsdag 19 juli 2011

Het handwerk van je opa

Ik kwam je geloof,
hoop en liefde brengen
en trof het bij je aan.
Wat was je er blij mee,
ontroerd keek je me aan.

Je was toen al ziek
vroeg met een traan
of het naar je familie mocht gaan.
Nog geen half jaar later
liep ik geheel ontdaan
achter je rouwkoets aan.

Geloof, hoop en liefde
nam een nieuwe dimensie aan.
Eén Petrus één liet me die verstaan.
Jij bent me hier in voorgegaan.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

donderdag 14 juli 2011

Sensorvogeltje

Op enkelhoogte klinkt
bij onze voordeurstoep
een vreugdevolle vogelroep,
te vergelijken
met bouwers
die vrouwen
bewonderend bekijken.

Het vrolijke geluid
ontlokt bij menig gast
een ontwapenende lach,
je ziet de postbezorgers
opgewekt vertrekken,
de kat ligt paradijselijk
zich uit te strekken.

Geluk hoef je niet ver te zoeken,
soms nestelt het zich aan je voeten.

Coby Poelman-Duisterwinkel

dinsdag 12 juli 2011

Bejoard

t Koffiedrinken is doan.
d Ain noa d aander gait stoan.
Langzoam kommen ze ien de bainen,
hemmen met kouk zeten te graimen.
Ien optocht schoevelen ze richting lift,
der is gainain dai achterblift.

Met n kander stoan ze ien gaang,
de rieg word oarig laang.
Stuurs kieken ze veur zich uut
en keuvelen over n oafvalpuut
tot de liftdeur openzwaait,
doalek bennen der n poar uutnaaid.

De manluu bennen t eerst op stee,
heuren t gekoakel van benee.
Knipogen mekander nog es tou
en wachten op n kloetje op de vrouw.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

donderdag 7 juli 2011

Ingeving


Ze zitten rond de tafel
in de dagopvang
te peinzen wat te schrijven
op een afscheidskaart
als één van hen
een inval krijgt

met glanzende ogen
de stem overslaand
stamelt hij
in een treffende flard:

wel uit het oog
maar níet uit het hart!

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk "Om de tafel" is van Dorry van de Winkel.

vrijdag 24 juni 2011

Gedaanteverwisseling

Bij de kerk stond altijd een zwerver
maar díe zondag een wachtende gast.
We waren hem bijna genaderd.
Een kerkganger riep verrast:

“Wat een gedaanteverwisseling”
en wisselde lachend een blik
met de keurig geklede vreemdeling.
Toen volgden mijn man en ik.

De vreemdeling, totaal verrast
bekeek zich vol verwondering
verbaasd en vrolijk vroeg hij ons:
“Zoveel verandering?”

Wij wisten even niets te zeggen
schudden lachend nee.
Hij zag de humor er van in,
liep gnuivend met ons mee.

Ik dacht aan een stuk uit de Bijbel
en zwierf met de zwérver mee,
vroeg me af waar díe zou verblijven.
Bad de vreemdeling met mij mee?

De zondag daarop stond de zwerver er weer
op zijn vertrouwde plek.
Het was of hij iets te zeggen had
in een woordeloos gesprek.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

woensdag 22 juni 2011

Afgebroken tenten

Nooit denk ik zonder zuchten
aan die langste dag
hoe in de kleine, zo benauwde kamer
wij afscheid van mijn moeder namen
de aardse tent al afgebroken was

nu zoveel jaren later
mijn schoonmoeder zucht,
benauwd in de te grote kamer,
de langste dag weer nadert
richt ik mijn ogen naar de lucht

zie voor me wat er overblijft,
de dorre plekken in het groene gras
onder de afgebroken tenten
die in drie dagen zich naar boven wenden,
de tijd dat Jezus in de groeve lag

Voorbode
van de Grote Zomer.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Bij 2 Korintiërs 5 vers 1 tot 10.

Het kunstwerk is van Rudolf Hagenaar

zondag 19 juni 2011

Spreuken vier


Hai preekte n stief ketier
ien n dörpke ien t Westerketier
over Spreuken vier.

Het Woord spreekt veur zich
sprak de predeker fier.

Zien woorden klinken nog deur
op mien schriefpepier.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Arie Zuidersma

woensdag 15 juni 2011

Een positief geluid


Na tegenwindse tijden
ben je iets nieuws begonnen,
ik zie weer vreugde tintelen
in je gezicht,
je hebt een toekomstbeeld
ontgonnen,
je blik voorbij de
winterreis gericht.
De lente sprankelt
in je ogen,
wilskrachtig deelt
je lichaam in die tred,
ik juich van binnen
om Zijn overwinning
en vouw mijn handen
voor een dankgebed.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Jasper Oostland

Te beluisteren op www.audiogedichten.nl

dinsdag 14 juni 2011

Hemd met franje


Hai is host negentig
mor nog goud op dreef.
Ien t bouk stait:
groag wat nije hemden,
zai vroeg zich ook al oaf
woar alles bleef

ik zuik en vien
een stuk of wat
ien n grote blauwe krat
leg vief op toafel

is dit van joe
joa dat bennen mienend
hai trekt zien trui omhoog
ze konnen gain ain meer vienden
nou zit ik hier veur t oog
ien mammes hemd met franje...

dat heurt er n beetje bie
lachen wie
ien een appartement
met koamers van oranje.

Coby Poelman-Duisterwinkel

maandag 13 juni 2011

Verjaardagsgedicht


Marius van Dokkum ©2005 Art Revisited, Tolbert

Het is vandaag
een bijzondere dag
en daarom dit gedicht
jaren geleden
verscheen je geboortebericht.

Je kreeg een naam
en een eigen gezicht,
kijk maar eens in de spiegel,
ja kijk maar eens goed,
zie jezelf in het Licht
van deze bijzondere dag.

Het is vandaag feest
omdat je er bent!
Weet dat je er zíjn mag.

Een hele fijne verjaardag!


Coby Poelman-Duisterwinkel

Uit de bundel 'Geloofsvreugde'





en in het Gronings:

Verjoardagsgedicht

t Is vandoag
n biezundere dag
en doarom dit gedicht.
Joaren leden
verscheen dien geboortebericht.

Doe kreegst n noam
en een aigen gezicht,
kiek mor es ien de spaigel.
Joa, kiek mor es goud
zai diezulf ien t Licht
van dizze biezundere dag.

t Is vandoag feest
omdat stoe der bist!
Wait dast der weden magst

n Haile goeie verjoardag!

Coby Poelman-Duisterwinkel




Het bovenste kunstwerk is van Marius van Dokkum

zondag 12 juni 2011

Discipelen

Ongeletterde vissers
sloten zich
vol vertrouwen
bie Hom aan.

Hai opende
heur verstand
en stoerste
biebelbouken
waaiden heur aan.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

vrijdag 10 juni 2011

Het Licht in de onweersnacht


Heb je vannacht
die klap gehoord,
gevolgd door
bliksemschichten,
ik dacht:
Misschien komt Híj
nu terug
toen ’t weer
begon te lichten.

Ik voelde hoe
mijn hart begon
te juichen
diep in mij
en tegelijk
besefte ik:
mijn bángheid
is voorbij.

Coby Poelman-Duisterwinkel

Het kunstwerk is van Anneke Hoes.

zondag 5 juni 2011

Zondag


Uw zon verrijkt
de zomerdag
uw Geest is
zacht aanwezig,
uw Woord klonk
in de morgendienst

nog nagenietend
zont de zondag voort
het lichtdoorlatend groen
kleurt tegen hemelblauw
schaduw fluistert uw luister

waar zondag maandag wordt,
het donker licht ontmoet
ontwaakt in mensenogen
opnieuw uw zondagsgroet.

Coby Poelman - Duisterwinkel

De foto laat een kunstwerk zien van Harro Nikkels tegen de muur van het Fransumer kerkje in de middagzon.

vrijdag 3 juni 2011

Gods lof in tongentaal


De kerkdeur zwaait open,
vreugde kleurt de stoet.

Onder het klokgelui
van de immense toren
stijgen luchtballonnen
als vurig rode tongen met
handgeschreven vlammen
de hemel tegemoet.

Gedreven door de wind
vertolken vlammentongen
Gods lof door ons bezongen
ademend pinkstergloed.

Coby Poelman-Duisterwinkel.

donderdag 2 juni 2011

Er staat iemand voor de deur


Wilt u ook iets geven voor…
zo’n zeven keer per jaar
dan voor dit en dan voor dat
paadje op paadje af
de bus is nog niet zwaar
wie ik niet thuis tref
schrijf ik op
morgen weer een ronde
soms doet de bel het niet
dan loop ik achterom

achter zoveel deuren
een wereld van verschil
in kleur, in smaak, in geuren
of ‘k even wachten wil…
’t is overal hetzelfde,
waar is mijn portemonnee
men is meestal welwillend
maar soms tref je ook nee

eens liep ik voor het Beatrixfonds
toen iemand zei: ja daaag
die heeft toch zeker geld genoeg
daar doe ik niet aan mee
de deur viel krachtig in het slot
daar stond ik, toch wel komisch
collecteren is een vak apart
maar elke keer weer lonend.

Coby Poelman-Duisterwinkel