‘Heb je dat boekje nog mam, van a is het aapje dat eet
uit zijn poot?’
Sinds ze zelf moeder is interesseert ze zich voor alles
wat leerzaam is voor haar kindje.
Oef, dan moet ik toch echt even zoeken.
‘Zal ik de laptop dan maar even overnemen’, vraagt
manlief want dat gaat wel enkele uurtjes duren volgens hem.
Hij kent me al wel een beetje na 40 jaar huwelijk. Ik ga
eerst op de kast af waar het oude speelgoed ligt. Dan een speurtocht in de
inloopkast op de hoogste planken. Stofzuiger eruit, krukje erin, vanaf de kruk
zie ik een zak.
Met mijn schat in de handen stap ik van het krukje af
naar de kamer met meer licht.
Aaach, het loopkonijntje van onze dochter, die nam ze mee
naar de winkel toen ze zo’n ukkie was, aan een touwtje achter haar aan. Later
bond ze het aan de drager van haar fietsje om zo nu en dan af te stappen en het
konijntje weer rechtop te zetten. Ik zie het weer voor me. Zo schattig.
Haar schoentjes van toen ze anderhalf was, nog helemaal
gaaf, ze liep al met elf maanden; een houten rammelaar; twee kartonnen boekjes;
het eerste knuffelbeertje, van mijn moeder gekregen; een door onze dochter
geborduurde knuffel met de zelfde kleur haar als zij heeft en een pop van zachte
roze flanel zonder lijf maar met een rond gehoofddoekt kopje, twee geknoopte punten zijn de armen en de
niet geknoopte punt is versierd met geborduurde bloemetjes, door mijn vriendin
genaaid.
Het ABC boekje is er niet bij.
Weer terug naar de kast met oud speelgoed.
Kruk uit de inloopkast, stofzuiger er weer in, kruk voor de
speelgoedkast, ligt daar nog een boekje tussen van dat formaat? Even trekken,
yes! Hebbes.
Met alle baby/peuterherinneringen terug in de kamer
probeer ik mijn laptop weer te bemachtigen om de skypevraag van dochterlief te
beantwoorden.
Hij staat hem af voor deze belangrijke actie.
Als hij zich weer verdiept in zijn website klinkt het
skypegeluidje van een nieuw bericht.
Ik maak een mooi stilleven van alle gevonden spulletjes
en leg het op een foto vast.
Die stuur ik via de i-phone naar dochterlief. Opnieuw een
aantal skypegeluidjes.
Mag ik nog even? Ik mag. ‘Oh echt?’ Ze is blijkbaar
helemaal verrast dat ik het boekje nog heb.
En ook dolblij lees ik door de volgende berichtjes heen.
Tut en de kleine kartonboekjes zijn van haar broer, de
rest is van haar.
Ik vraag me af wie of wat tut is maar manlief wil de
laptop terug en ik mail haar via de i-phone wie of wat tut is. ‘O, dat is de
pop zonder lijf.’ Of ik alles wat van haar is mee wil nemen bij ons
eerstvolgende bezoek. Ik pak de kartonboekjes en tut, berg ze terug in de
speelgoedkast en stop haar spullen in de zak. Tut, nooit van gehoord, het goeie
woord schiet me opeens te binnen. Antroposofische pop. Wat een mond vol
eigenlijk. Geen wonder dat ze hem tut is gaan noemen.
Coby Poelman - Duisterwinkel
Geen opmerkingen:
Een reactie posten