Van harte welkom

Van harte welkom op mijn gedichtenblog.
U mag de gedichten ongewijzigd gebruiken met vermelding van mijn naam.
Voor het verzorgen van een lezing met voordrachten of een workshop kunt u contact opnemen via cobytjeert@live.nl
Er is ook een volledig programma voor Kerst en Pasen met eigen geschreven gedichten en een verhaal.
Mijn boeken zijn verkrijgbaar via mijn mailadres en te leen in de bibliotheek.
Er is ook nog een interview te beluisteren van enkele jaren geleden. https://soundcloud.com/user-671424345/interview-coby-poelman-duisterwinkel-10-07-2017
Posts tonen met het label Het leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Het leven. Alle posts tonen

vrijdag 14 augustus 2026

Oogstfeest op Verhildersum

 


Daar gaat hij op zijn oldtimer,

mijn zwager, stoere Zeeuw

op het terrein rondom de borg,

het lijkt een vorige eeuw.


Trots op zijn opgeknapte Brown

pareert hij in de zon.

Zijn zoon verrast hem deze dag,

filmt hem vanaf ‘t gazon.


Het is voor vader en zijn zoon

een ongekend moment,

hij kwam van ver, had niets gezegd,

het vormt een monument


op deze plek, zo onverwacht,

het oogstfeest is volmaakt!

Het is het mooiste van de dag,

een droomwens is ontwaakt!


Coby Poelman-Duisterwinkel

vrijdag 19 juni 2026

De Grunneger Sproak



k Was nog ien t veurjoar van mien leven

toen ik de vroag om speulers zag,

votdoalek heb ik doar op schreven,

dit was nou net wat mie wel lag.


t Fluwelen douk ging veur mie open,

ik keek de zoal ien, wat n publiek,

dampende kroanpotten op de toavels,

mien rol glom van de romantiek.


Drai moal ien week, drai weken laang

veur uutverkochte zoalen,

veur t eerst ien Schouwburg op de plaank,

je konnen doar wel verdwoalen.


Noa oafloop smink van kop oaf fleren,

op Vismaarkt eten bie Koos op kroak*,

k von deur de toal dai moe ons leerde

de lokroup van “Grunneger Sproak”.


Coby Poelman-Duisterwinkel


*Restaurant Koos Kerstholt


Voorgedragen op de Leekster gedichtendag


Opgenomen in de bundel “Vier je eigen taal” van Uitgeverij Frysk en Frij


Gepubliceerd in het tijdschrift van de Groninger cultuur “Toal en Taiken”


Het wordt nog gepubliceerd in het tijdschrift dat uitgegeven wordt in het kader van 100 jaar A-theater.


Op de foto in het gele jurkje 

woensdag 1 januari 2025

Onze antieke pianoforte


Hai ston te koop ien Sappemeer. Kar achter auto en wie op pad.

Wat was dat ding zwoar. Dat kar nait deur zien assen zakte was n wonder. Hai haar zien beste tied wel had.

Wat n pronkstuk was t. Met keersen aan ien zien antieke keersestanders was t een lust veur t oog.

Zo gezelleg, veuraal met kaarstdoagen. 

Op mien verjoardag gingen wie verhuzen. Ons huusroad wer met de zelfde kar verhuusd want t was mor n poar stroaten verder.

Piano wer op meubelhondjes zet. Zo werd er dai poar stroaten verderop vervoerd.

Midden op weg bleef onze örgenist dai ons hielp met verhuzen stoan en speulde veur elk dai t mor heuren wol; ‘Lang zal ze leven in de gloria’. Dat von ik zo mooi, mien dag kon nait meer stukkend.

Ien ons nije huus ston er ook weer van alle kaanten te glimmen. Hai was meer blikvanger dan dat der op speuld wer want hai was al heul old en kon nait meer op toonhoogte stemt worden, ja, dat kon wel mor dat zol kapitoalen kosten mouten en veur t speulen haren wie nog wel n aander piano.

Hai het joaren ien koamer stoan te pronken met zien mooie keersestanders met keersen.

Op n dag kochten wie n antieke kaast woar we meer aan hemmen konden dan aan de piano.

Omdat de piano nait verkocht worden kon as instrument verkochten wie hom as blikvanger en hai von een plek ien Delfziel bie ain dai der ook slim wies met was.

Pooske leden waren wie bie kringloop ien Appingedam en wat zagen wie doar stoan, ons olle piano!

Opknapper ston der op prieskoartje en hai haar mie toch n bekieks! Elk dai hom zag prees zien uterlek. Dat dee mie toch deugd. Ik heb gain spiet dat er vot is mor de mooie herinnerns wil k toch nog even delen.

Coby Poelman-Duisterwinkel


maandag 3 oktober 2022

Woar ben wie ien beland


Wie kieken noar t nijs,

t ain is nog aarger dan t aander,

wie kieken noar mekoar,

woar ben wie ien beland,

wat is der loos 

dat alles zo uut haand lopt,

woar is het misgoan en

wat hangt ons nog boven kop?


Wie zeppen noa t nijs,

zain overaal ellende,

wie zuiken klassieke zender op,

wat is alles veraanderd,

de Grunnegers ben weer de klos,

och, kon wie moar weer terug

noar tieden van kroantjespot.


Coby Poelman-Duisterwinkel


maandag 25 mei 2020

Genietmoment

Wat zou ik graag voor even
een spaakje willen zijn
van jullie fris gekleurde parasol
dan zou ik zwijgend luisteren
naar wat niet wordt gezegd.

Hoe vredig wandelend
gaan jullie door de regen,
de jongen ijslikkend,
de opa trekkend aan zijn sigaret.

Wat wil je aan de kijker exposeren,
de parasol verkozen boven paraplu,
ben je gezellig aan het provoceren,
zie ons eens lekker
weer en wind trotseren,
een ijsje smaakt ook wel
in winterkleren.

Je bent een mooie optimist,
je schildert wat je wilt verbeelden,
een strandgezicht met zonnig licht
al is de lucht vol donkerte en triest,
maak er wat van, geniet!

Coby Poelman - Duisterwinkel


Geschreven n.a.v. het kunstwerk van W.A. Himmelreich,
gekocht in Bergen tijdens een vakantie. Het zou in Lauwersoog geschilderd kunnen zijn;)

Gedicht gepubliceerd in de bundel: "Beleef de dag" (2015)

zaterdag 25 augustus 2018

Geloof je nog steeds?

Hij had haar jaren niet gezien
en vroeg of ze nog steeds geloofde.
“Ja”, zei ze zacht
en stralend tegelijk,
“ik houd van Hem
en denk nog vaak eens terug
aan wat ik Hem beloofde”.

Hij wist niet wat hij daarop
nog zou zeggen
maar zij gebaarde
dat hij háár niets hoefde
uit te leggen.

Coby Poelman - Duisterwinkel

Gepubliceerd in de bundel "Verstillend Licht" (2012)

donderdag 2 augustus 2018

De breimachine

Samen kochten ze een breier,
wisselden die om de maand,
truien, sokken, soms een vest
rolden uit het naaldenbed.
Van links naar rechts
roetsjte de slee,
de maand vloog om,
geen pand bleef stranden.
Leeg kwam het de ander toe,
per auto of bij vlagen
te voet met wandelwagen
tot een tweede werd gekocht.

Nu liggen in hun kasten
de breiers werkeloos te wachten.

Coby Poelman - Duisterwinkel


Gepubliceerd in de bundel "De voordracht" (2013)

zondag 29 juli 2018

Pastorieherinnering

Al smerend zie ik weer
hoe de oude vrouw
mij het behangen leerde,
geweekte banen
wachtten op haar komst.
Voorzichtig manoeuvrerend
op de stalen treden
drukte ze de bovenkant
tegen het plafond.
Haar zelf genaaide rok
klokte tot ver onder haar knie,
Ik hoor haar stem nog schallen
door de holle pastorie.

Mijn handen strijken rand op rand,
de banen hechten aan de wand,
voldoening stijgt,
het schallen zwijgt.

Toen werd een welkom voorbereid,
ik denk opeens aan Vader
die ons woningen bereidt.

Coby Poelman - Duisterwinkel

maandag 23 juli 2018

Ons dorp twinkelt!

Het dorp is anders sinds die dag
dat ik het door zijn oogjes zag,
kijk oma en hup, weg was hij,
vanaf de glijbaan riep hij mij.

Ik fiets mijn krantenwijk
met een vernieuwde kijk,
hier speelde hij met zand,
daar trok hij aan mijn hand,

ons dorp is door hem ingekleurd,
ik voel me door hem opgefleurd,
wanneer ik nu het dorp door rijd
beleef ik zijn aanwezigheid!

Coby Poelman - Duisterwinkel


woensdag 20 juni 2018

Mijn opvlieg(ers)vest

Ik heb een vest gekocht met gaatjes
want ik ben vijftig jaar geweest,
bekijk de gemêleerde draadjes,
dit vest te dragen is een feest.

Hij heeft één knoop en is snel uitgetrokken
en vliegensvlug trek ik hem ook weer aan,
zo kom ik er doorheen zonder veel mokken,
nooit hoef ik in de kou te staan.

Als ik omhoog vlieg door de lucht
ontsnapt de adem luchtig door het vest,
zo gaat de vlieger op de vlucht
naar een hoger gelegen nest.

Ik zwaai hem in gedachten na
en denk als hij is opgevlogen:
tot straks als ik boven de pannen sta,
dan stijg je weer in dampen voor mijn ogen.

Tussen de dampen vliegt een vest met gaatjes
rakelings langs het vergiet,
de mooie gemêleerde draadjes,
die zie je in zo’n toestand niet…

Coby Poelman - Duisterwinkel

vrijdag 8 juni 2018

Koor op de vlucht


Daar liggen ze
tussen ons in
vullend de ruimte
naast mijn kussen
ik luister of ik ze nog hoor
het koor van speelse muggen

’t is toch niet waar
’t is toch te gek
hij heeft gelijk gekregen
het muggenkoor
met alle leden
op de vlucht
voor enkel lucht
van één aardappel
rauw en doorgesneden!

Coby Poelman - Duisterwinkel

Gepubliceerd in de bundel "De voordracht"


vrijdag 6 april 2018

Mijn vader

Al zo vaak schreef ik over moeder
maar eigenlijk nooit over hem
terwijl ik zoveel met hem optrok
nog hoor ik soms zijn tweede stem.

Als ik in bed lag bespeelde hij het orgel
ik luisterde stil naar het oefenspel,
de psalmen en gezangen die hij speelde
lukten zonder oefenen ook wel.

Soms denk ik aan hem als ik zaagsel ruik
dan zie ik hoe hij in de werkplaats werkte
wat hij daar maakte vond ik puik
al denk ik dat hij daarvan niet veel merkte.

Als hij het orgel in de kerk bespeelde
mocht ik wel eens bij hem spelen met mijn pop,
ik weet nog dat hij pepermunten deelde
en die van mij was altijd heel snel op.

Ook ging hij wel eens met me schaatsen
zo met de armen overkruist
ik zag de ijzers in het ijs weerkaatsen
we bleven dan heel lang van huis.

We gingen zelfs een keer naar ‘t vuurwerk kijken
maar daarvoor was ik vreselijk bang
en toen ik dat aan hem liet blijken
verliet ik op zijn schouders het gedrang.

Ik was pas negentien toen hij al heenging
hij haalde net de zestig, ’t was zo onverwacht
pas nu ik ’t schrijf komt de herinnering
weer aan zijn liefde en dat geeft me kracht.

De liefde voor muziek die hij me meegaf
die nog na zoveel jaren mij behaagt
troost mij zoals de Herder met zijn staf,
dan voelt het even weer of zijn muziek mij draagt.


vrijdag 9 maart 2018

De braaimesjien

Soamen kochten ze n braaier,
bruukten dai om aander moand,
truien, sokken, sums n vest
rolden der uut, het ging hail best,
van links noar rechts roetsjte de slee,
de moand vloog om,
gain pand bleef stranden,
leeg kwaam er de aander tou
ien auto of bie vloagen
te vout met wandelwoagen
totdat er nog n braaier kwam,
nou liggen dai ien heur kaasten
waarkloos en stil te wachten.

Coby Poelman - Duisterwinkel

dinsdag 13 februari 2018

Krantenwijkje

In de zon staan negen planten
op een rijtje voor een raam
lezend in vergeelde kranten.

Licht schijnt door gekloste kanten
over plant en nieuwsrestanten,
op de koppen boven knoppen.

Tussen die bedekte planten
op dat rijtje voor het raam
wenkt een hand, kom even aan.

Soms komt het kerkblad later,
geen nieuws voor krantenkoppen
maar dan schenkt iemand water.

Coby Poelman - Duisterwinkel

zondag 5 november 2017

Het slijt



Eerst denk je nog
hij komt wel terug
maar als de tijd verstrijkt
verdwijnt de hoop,
hij was al oud en doof.
Toch kijk je elke keer
vergeefs…..
Kom je in ’t donker thuis
dan lichten nergens ogen op,
onwillekeurig open je
voorzichtig nog die ene deur
maar hij zit er niet meer.

Eerst denk je nog voortdurend
zou dát hem kunnen zijn,
maar nee zo snel liep hij niet meer.
Je kon geen afscheid nemen,
die dag dat hij voorgoed verdween,
gelokt nog door het maartse,
en ach, je kunt er niet omheen,
je mist hem echt, die kater.

Coby Poelman-Duisterwinkel

woensdag 20 september 2017

Avond aan de Waddenkust

We staan in Lauwersoog,
de motor uit
en luisteren naar de stilte.
Links ligt de boot
die straks naar Schier zal gaan,
rechts de verlichte havenpanden,
achter het glas
twee visetende mannen.
Wind buldert vlaggen strak,
het wijde water golft.

Achter beslagen ramen
ademt serene rust
die langzaam wordt gewekt
als links van ons de boot vertrekt.

Coby Poelman - Duisterwinkel


Uit : "De voordracht"

woensdag 22 maart 2017

Haiku-lied over Händel



Doof en hoogbejaard,
toch lokt de kat het maartse.
Komt hij ooit weer thuis?

Nog steeds geen kat,
de eksters bij zijn lege bak
missen hem ook.

Geen kattenharen,
eksters slopen onze mat,
overal kokos.

De eksters broeden
in hun mattenrestennest
vlooieneitjes uit.

Händel, ouwe kater,
zoveel over jou geschreven,
wordt maart je fataal?

Coby Poelman - Duisterwinkel